Terug naar overzicht

Hogescholen balen van extra eisen aan bachelor medische hulpverlening

Foto: Angeline Swinkels
Foto: Angeline Swinkels

Een extra stagejaar in de bachelor medische hulpverlening? Daar voelen die opleidingen niets voor, zegt voorzitter Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam. Er zijn nu al weinig stages en studievertraging ligt op de loer.

De veelbesproken hbo-opleidingen medische hulpverlening moeten op de schop, eiste minister Kuipers van Volksgezondheid vorige week. Anders mogen de afgestudeerden niet in het register van medische beroepen staan.

De hogescholen hebben kritiek op de beslissing van het kabinet, zegt voorzitter Bormans van de Hogeschool Rotterdam. Inmiddels is er een eerste gesprek geweest met de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs en dat zal nog een vervolg krijgen.

Acute zorg
In 2010 kwamen er drie hbo-bacheloropleidingen medische hulpverlening, in Utrecht, Rotterdam en Nijmegen. Studenten worden er klaargestoomd voor de acute zorg, bijvoorbeeld op de ambulance, de spoedeisende hulp (SEH), anesthesie en operatieve zorg.

Maar een groot tekort aan stageplaatsen leidde tot enorme studievertraging bij de opleidingen, en tot allerlei rechtszaken: de onderwijsinstellingen hadden het moeten weten. Studenten claimden en kregen forse schadevergoedingen.

Het stagetekort kwam onder meer doordat de bachelors medische hulpverlening nog niet in het register met erkende medische beroepen stonden: het BIG-register. Ziekenhuizen wilden geen studenten opleiden die hun beroep niet konden uitoefenen. In 2017 kwam er alsnog een registratie, maar dan als ‘experiment’. Dat experiment loopt op 1 mei af en is intussen geëvalueerd.

Niet startbekwaam
Minister Kuipers van Volksgezondheid concludeert dat de opleidingen het roer moeten omgooien. De medisch hulpverlener heeft alleen toegevoegde waarde in de acute zorg: op de ambulance, bij de SEH en bij acute cardiologie. De afgestudeerden in die richtingen krijgen straks een zogeheten functioneel zelfstandige bevoegdheid. Alleen in opdracht van een arts mogen ze bepaalde acute handelingen verrichten. ‘Gewone’ ambulanceverpleegkundigen hebben een vergelijkbare bevoegdheid.

Maar dan moeten de studenten wel meer praktijkles krijgen, vindt Kuipers. Anders zijn ze niet startbekwaam en moeten ze na hun diplomering nog een trainingstraject van gemiddeld 45 weken volgen.

Bormans baalt ervan. “De opleiding heeft zich allang bewezen en heeft een enorm potentieel. Waarom zou je nu gaan sleutelen zodat de theoretische basis smaller wordt en de stageproblemen groter?”

Gouden kans
De opleidingen zijn behoorlijk aantrekkelijk voor studiekiezers. “In Rotterdam alleen al kunnen we vier- à vijfhonderd studenten aannemen: veel mannen en veel jongeren met een migratieachtergrond. We hebben een gouden kans die we met z’n allen moeten grijpen.”

Vanwege alle problemen rond de opleiding besloot de Hogeschool Utrecht onlangs nog om in september helemaal geen nieuwe studenten toe te laten bij de BMH-opleiding. Bormans snapt het wel, maar hoopt de opleidingen toch overeind te houden. De kabinetseis van extra praktijklessen vindt hij geen goed idee.

“Natuurlijk moeten ze na afstuderen nog wat vlieguren maken. Dat hoeft in de praktijk helemaal geen probleem te zijn. Het is een cursus van 45 weken met training on the job. Dat komt goed; dat gebeurt in heel veel beroepen.”

Geen slaande ruzie
Maar als ze gedwongen worden om de opleiding aan te passen, gaan ze daarover in gesprek, ook over de kosten die daarmee gemoeid zijn. “We hebben geen slaande ruzie met het ministerie en gaan het liefst door met de opleiding. Wat nog boven de markt hangt is het mogelijke tekort aan stageplaatsen. Als studenten weer vertraging oplopen, wie is dan aansprakelijk? Daarvan hebben we tegen het ministerie gezegd: wij niet.”

Bormans heeft het departement op het hart gedrukt om snel duidelijk te maken wat er na 1 mei gaat gebeuren, als het experiment is afgelopen en de medisch hulpverleners hun tijdelijke ‘zelfstandige bevoegdheid’ verliezen. “Doordat dat VWS lang gewacht heeft met het nemen van een beslissing, dreigt de situatie dat medisch hulpverleners straks niet weten waar ze aan toe zijn, met alle gevaarlijke gevolgen van dien. Als het leven van mensen op het spel staat en ze onzeker zijn over hun bevoegdheden, gaan ze óf risicomijdend gedrag vertonen waar patiënten de dupe van zijn, of juist te veel risico’s nemen, met alle ellende voor henzelf als het fout gaat.”

Overigens moet er van het kabinet ook een nieuwe naam komen voor ‘medisch hulpverlener’. Daaruit moet duidelijker blijken dat het iemand is die in de spoedeisende zorg werkt.

Meer lezen?