Terug naar overzicht

Welke lessen trekt het hoger onderwijs uit de pandemie?

Hogescholen en universiteiten moesten tijdens de lockdowns snel schakelen om het onderwijs online door te laten gaan. De balans wordt opgemaakt: wat ging er goed en wat ging er fout?

Om het onderwijs tijdens de pandemie zo goed en zo kwaad als dat kon door te laten gaan, kregen onderwijsinstellingen de ruimte om af te wijken van wetten en regels. Die ruimte voor de instellingen werd vastgelegd in ‘servicedocumenten’. Onderzoeksbureau Berenschot nam in opdracht van OCW onder de loepwelke nieuwe lessen daaruit getrokken kunnen worden.

Online les
Uit het onderzoek komt naar voren dat de hogescholen en universiteiten het online onderwijs na de pandemie niet helemaal in de ban willen doen. Het digitale onderwijs is sinds het einde van de coronamaatregelen “grotendeels afgeschaald”, maar zal niet helemaal verdwijnen.

Er bestaan wel grote verschillen in de mate waarin de instellingen er gebruik van willen maken, zien de onderzoekers, want tijdens de coronapandemie is ook duidelijk geworden “hoe belangrijk de sociale component in het onderwijs is”.

Toegankelijkheid
Maar voor sommige studenten werd het onderwijs juist toegankelijker. Studenten met een beperking of chronische ziekte kregen door de pandemie meer mogelijkheden om hun lessen op afstand te volgen. 

Op de studievoortgang van de studenten heeft het afstandsonderwijs volgens de meeste instellingen geen effect gehad. “Over het algemeen zijn er niet minder studiepunten behaald door studenten, al zijn de langere-termijneffecten nog niet zichtbaar”, schrijven de onderzoekers. 

Minder plezier
Het is opvallend dat de studieresultaten vooralsnog niet lijden onder de pandemie, want het onderwijs op afstand kwam niet overal even soepel op gang. De onderwijskwaliteit was volgens de instellingen in het begin “nog niet direct op orde”. Docenten liepen vooral tegen technische problemen aan. Een deel van de docenten hield “vaker vast aan traditionele lesvormen en haalde zelf ook minder plezier uit digitale lessen”. Anderen grepen juist de kans om hun digitale vaardigheden op te vijzelen. 

De onderzoekers kregen te horen dat studenten “over het algemeen minder mee leken te krijgen van de lesstof”. Er was minder interactie en de docenten hadden niet altijd in de gaten of studenten de les nog konden volgen, zeker als hun camera’s uitstonden. Ook nam de werkdruk voor docenten toe doordat ze steeds moesten schakelen tussen online en offline onderwijs.

Creatieve oplossingen
De pandemie gaf wel aanleiding om opnieuw over het onderwijs te praten. Het ging daarbij minder over “vaste normen en uren” en meer over de competenties en vaardigheden van studenten. Tegelijkertijd zagen “instellingen en experts” ook dat sommige opleidingen moeite hadden om uit oude patronen te breken en om de “geboden ruimte direct te benutten”. 

Onderwijsminister Dijkgraaf hoopt dat de instellingen net zo creatief blijven denken als in de crisis, schrijft hij in een reactie op het onderzoek. Hij daagt ze uit om de “al bestaande ruimte in de wet- en regelgeving maximaal te benutten” en moedigt ze aan om hun kennis daarover met elkaar te delen.

Meer lezen?