Terug naar overzicht

Internationalisering: ‘Goed hoor, die glas-half-leeghouding’

Lotte Verheul
Illustratie: Lotte Verheul

Hoe gaan we de toestroom van buitenlandse studenten in goede banen leiden? Misschien moeten we sleutelen aan de financiering van het hoger onderwijs, overwegen verschillende politieke partijen. Minister Dijkgraaf waarschuwt voor de gevolgen.

Overvolle collegezalen, woningnood, problemen met het taalniveau… Donderdagmiddag sprak de Tweede Kamer opnieuw over internationalisering, een van de gevoeligste onderwerpen in de politiek van het hoger onderwijs.

De scepsis was voelbaar in het debat met minister Dijkgraaf. “Ik vind het heel goed, hoor, dat velen van u een glas-half-leeghouding hebben”, zei de minister. “Dat is misschien wel terecht. Maar ik ben een geboren optimist. Ik heb het gevoel dat het pakket aan maatregelen dat we nu hebben redelijk compleet is.”

Plannen
Het debat ging over zijn plannen om grip te krijgen op de instroom. Opleidingen mogen bijvoorbeeld een ‘numerus fixus’ op de Engelstalige variant van een opleiding zetten, zodat ze het aantal internationals kunnen beperken en tegelijkertijd de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten kunnen garanderen.

Ook komt er strenger taalbeleid: anderstalige opleidingen moeten beter uitleggen waarom ze niet in het Nederlands lesgeven. Dat gaat vooral voor bacheloropleidingen gelden, lichtte de minister gisteren toe. De huidige wet volstaat niet, want er zit “een enorm groot gat in dat net geknipt”. De uitzonderingen (Nederlands, tenzij…) zijn nu te ruim geformuleerd, stelde Dijkgraaf. “En dan zwemt iedereen er doorheen.”

Regie
Verder mocht hij toelichten wat hem voor ogen stond bij “een vorm van centrale regievoering” die hij op poten wil zetten. Het kwam neer op ‘zelfsturing’ door de instellingen, die vooral samen moeten bepalen hoe ze de internationalisering aanpakken. Dat mogen ze doen “binnen een scherp kader” dat de minister voor hen zal schetsen en met de adviezen van een nieuwe commissie. Wel wil hij aan de ‘noodrem’ kunnen trekken, mocht dat nodig zijn.

Het stuitte natuurlijk op enige weerstand. Er zijn al zoveel controleurs in het hoger onderwijs, zei Harm Beertema van de PVV, en die hebben de internationalisering allemaal uit de hand laten lopen. “Alle leden van de raden van toezicht, alle colleges van bestuur, alle opleidingscommissies, alle medezeggenschap, alle examencommissies, alle visitatiecommissies.” Waarom zou het deze keer beter gaan?

Maar Dijkgraaf bleef vertrouwen houden. De instellingen snappen het probleem heus wel. “We leven in een andere tijd. Het piept en kraakt nu. Velen van u gewezen op de prikkels die dat stimuleren, en we komen nu in een andere tijd.”

Olifant in de kamer
De grootste prikkel is wellicht de financiering. Daar begonnen veel partijen over, want het is “de olifant in de kamer” in discussies over internationalisering, zoals Lisa Westerveld van GroenLinks zei. Oftewel: het belangrijkste onderwerp waar niemand het over heeft. Universiteiten en hogescholen krijgen bekostiging voor studenten die bij hen komen studeren. Ze hebben dus belang bij een flinke hoeveelheid buitenlandse studenten.

Maar wat kun je daaraan doen? De financiering van het hoger onderwijs valt grofweg in twee blokken uiteen: het vaste deel (dat een instelling sowieso krijgt) en het variabele deel (dat afhankelijk is van het aantal studenten). Misschien moeten we die ‘vaste voet’ verhogen, opperden verschillende partijen, zodat het werven van studenten minder belangrijk wordt.

Dat zeiden bijvoorbeeld GroenLinks, D66 en SP. Ook andere partijen dachten dat er via de bekostiging iets mogelijk zou zijn. Zoals VVD-Kamerlid Hatte van der Woude opmerkte: “Als je de bekostiging niet wijzigt, gaat er verder ook niks veranderen.”

De VVD wil overigens op een andere manier sturen: er moet volgens Van der Woude meer geld naar de sectoren die Nederland vooruit zouden helpen. Internationalisering is goed, maar: “Wat de VVD betreft hoeven we echt niet alle coaches en communicatiedeskundigen van de wereld op te leiden.”

Holistisch
Dat laatste onderwerp omzeilde Dijkgraaf; hij wilde die keuzes voorlopig aan de instellingen zelf overlaten. Wel legde hij uit dat het sleutelen aan de financiering nog niet zo makkelijk is. Het verhogen van de vaste voet geeft misschien meer zekerheid, maar er zitten ook nadelen aan, bijvoorbeeld voor opleidingen die groeien.

Bovendien: je kunt het vaste bedrag voor universiteiten en hogescholen vergroten, maar wat gebeurt er dan met de rest? “Ik ben bang dat de minister van Financiën mij toch betaalt op grond van het totale aantal studenten”, zei Dijkgraaf. Daarom waarschuwde hij voor het verhogen van de ‘vaste voet’: Het variabele deel zal dan “veel variabeler” worden.

“Je kan zelfs als instelling onder water komen te staan”, waarschuwde Dijkgraaf. “Je moet op een heel voorzichtige en holistische manier kijken naar bekostiging.”

Zomer
Deze zomer gaat hij een wetsvoorstel over internationalisering online zetten, waar iedereen dan commentaar op kan leveren. Daarna wil hij die wet zo snel mogelijk door de Tweede en Eerste Kamer loodsen, kondigde hij aan. Dat gaat dan over regie, de numerus fixus, taaleisen enzovoorts. En de discussie over bekostiging? Die krijgt nog een vervolg.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?