Terug naar overzicht

AMR stemt in met basisdienstverlening

De Avans Medezeggenschapsraad (AMR) heeft dinsdagmiddag ingestemd met de manier waarop de hogeschool omgaat met de basisdienstverlening.

Uit de rondgang onder alle academies blijkt dat zij vrijwel alle diensten die de onderwijsondersteunende afdelingen bieden, als waardevol en nuttig beschouwen. De budgetten blijven gelijk. Nu wordt voor iedereen binnen Avans duidelijk wat de diensten doen. Wil een academie gebruik maken van een plusdienst, kan die een kostenberaming opvragen. Als het buiten de Avansmuren goedkoper kan, kunnen ze daar voor kiezen.

Audit
De AMR wilde nog weten hoe en wanneer de basisdienstverlening geëvalueerd wordt. Diederik Zijderveld, vice-voorzitter van het College van Bestuur (CvB): “In het businessplan van álle faciliteiten is opgenomen dat dit structureel periodiek gebeurd. Avans beschikt over eigen middelen om de processen rondom de dienstverlening kunnen auditen.”

Lees ook: Avans maakt keuze in basis- en plusdienstverlening; geen extra budget voor diensteenheden

Volgens Zijderveld kent de indeling van de basisdienstverlening geen negatieve consequenties voor studenten. “De basisdienstverlening is inherent aan de behoeftes van de student.”

Dat betekent dat de huidige dienstverlening van de Diensteenheid Personeel & Organisatie (DP&O), de Diensteenheid Financiën en Studentenadministratie (DFS), de Diensteenheid ICT en Facilitaire Dienst (DIF), de Diensteenheid Marketing, Communicatie en Studentenzaken (DMCS), het Leer- en Innovatiecentrum (LIC) en het Avans Ondernemerscentrum (AOC) grotendeels hetzelfde blijft.

Draagvlak?
De ‘grootste’ verandering is de verhuizing van de innovatieagenda van het LIC naar het AOC. De expertise van het LIC moet ervoor zorgen dat de agenda ‘evidence-based’ is. Dat houdt in dat de hogeschool bij de experimenten gebruikmaakt van de kennis en ervaring die binnen en buiten Avans is opgedaan met onderwijsinnovatie. Het AOC wordt de regisseur en uitvoerder van deze agenda. Volgens Zijderveld is er genoeg draagvlak onder de medewerkers van het LIC voor deze verandering. Maar dat vereist volgens de AMR nuancering: “Er is geen sprake van een uitgebreide dialoog, dit is via de mail als mededeling gedaan.”

Zijderveld: “Eerst wordt er met academiedirecteuren gepraat over het proces en de invulling voor de agenda.” Wanneer de innovaties op de agenda staan en hoe die worden gefinancierd, wordt daarna pas bekend.

Wat verder ter sprake kwam:
– De studentengeleding van de AMR gaat in een kritische adviesbrief hun zorgen uiten over het opkrikken van de numerus fixus bij de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (BML) in Breda. Een negatief advies blijft dus uit.
De opleiding hanteert sinds vorig jaar een numerus fixus van 220 studenten, maar verwelkomde er een stuk minder. “We denken dat de numerus fixus potentiële studenten afschrikt. Als we dat aantal opkrikken naar 240, schrikt dat hen minder af. Dat is een ‘truc’ die meer opleidingen gebruiken”, weet Jacomine Ravensbergen, lid CvB.

‘Dat is een ‘truc’ die meer opleidingen gebruiken’

Volgens AMR-studentlid Mati Stanekzai zitten de laboratoriums al vol en moet de instroom begrensd worden. Martijn Mostert: “Het roosteren aan de Lovensdijkstraat is al lastig, welke invloed heeft het op de andere opleidingen als de 240 daadwerkelijk gehaald wordt?” Ravensbergen: “Het is een topopleiding, het wordt dus gewaardeerd door studenten. Een positief advies helpt BML én Avans vooruit.”

– Avans moet 1,41 procent van het jaarinkomen aan arbeidsvoorwaarden besteden, zogenoemde Decentrale Arbeidsvoorwaardenmiddelen (DAM-gelden). De vakbonden hebben de AMR gevraagd input te leveren voor de besteding. Daarbij moet de AMR volgens Astrid Damen als volgt benaderen: “Wat vinden we in de algemeenheid goede doelen om DAM-gelden aan uit te geven?”
Momenteel gaat er geld naar betaald ouderschapsverlof, bijdrage kinderopvang en aanvullende afspraken woon-werkverkeer.

‘Meer medewerkers met een beperking in dienstnemen?’

27 november presenteert de AMR hun voorstel aan de vakbonden. In de tussentijd kijkt de raad of er ook punten die niet op de lijst staan, aangedragen mogen worden. Zo wordt er diversiteit geopperd. “We zijn een ontzettend witte hogeschool”, brengt Mustafa Aoulad Hadj in. Erik van Oevelen: “Of meer medewerkers met een beperking in dienstnemen?”

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?