Column: Nazorg

    Nu de hectische tijd van de verkiezingen gedeeltelijk achter de rug is, kunnen de ogen meer gericht worden op het vormen van een nieuwe coalitie. Niet alleen dit proces krijgt nu de aandacht, maar de ogen zijn meer dan ooit gericht op de eindsprint die we als samenleving moeten inzetten in deze tijden van covid-19. In de laatste aflevering van Zondag met Lubach behandelde Arjen Lubach het feit dat we er als samenleving bijna zijn. Het moment waarop we ons grootschalige versoepelingen kunnen permitteren. Hij keek naar andere landen in de wereld, zoals Groot-Brittannië, Gibraltar en Israël die vooruitstrevende resultaten hebben geboekt met het grootschalig inenten van de samenleving. Het feit dat het einde steeds meer in zicht komt, hoewel dit virus misschien van permanente aard is, wekt toch wel wat vragen bij me op.

    Als ik uit eigen ervaring spreek, merk ik dat we in een ‘alternatieve’ realiteit zijn komen te leven. Ik zie een auto voorbijrijden, met daarin maar liefst vijf passagiers. Ik krijg meteen een vreemd gevoel bij mezelf, want dit lijkt me toch niet altijd even verantwoord. Het zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn, maar nu voelt het vreemd. Als we dadelijk als samenleving de transitie kunnen maken naar hetgeen waar we altijd zo bekend mee leken te zijn, maken we wederom een switch in realiteit. De realiteit waar we naar streven, voelt op dit punt voor mij als een alternatieve realiteit. 

    Wat ik me afvraag: waarom lees ik zo weinig over de nazorg die we als samenleving nodig gaan hebben? Hoe gaan we verder als de dagelijkse gang van zaken weer op het oude normaal kan lijken? Hoe zorgen we dat de mensen die zich meer dan een jaar lang thuishielden zich weer een beetje veilig kunnen voelen? Hoe zorgen we dat de toekomstige alternatieve realiteit, waarin sommigen ontvreemd kunnen zijn, geen negatieve impact kan hebben op de mentale gesteldheid van de samenleving? 

    Ik kan me goed voorstellen dat veel mensen hunkeren naar het oude normaal, maar ikzelf moet bekennen dat ik het steeds enger begin te vinden. Het is niet zo dat ik niet naar het oude normaal uitkijk. Maar mijn behoefte aan een zorgvuldige transitie wordt steeds groter en groter. Ik ben namelijk niet meer bekend met het oude normaal. Ik ben, wat dat betreft, ontvreemd. In mijn ideale wereld zou deze zorgvuldige transitie in ieder geval betekenen dat we niet massaal doen alsof alles terug naar het oude normaal is. Dit kan ook stapsgewijs, waardoor er geen enorm contrast ontstaat tussen de huidige realiteit en de toekomstige realiteit. Er zou ruimte moeten zijn voor mensen om te praten, om deze uitdagende tijden te kunnen verwerken. Daarvoor zou er ruimte moeten ontstaan binnen de psychische hulpverlening, maar dat is een uitdaging voor een ander moment. De ogen zijn nu eenmaal eerst gericht op de coronacrisis…

    Bjorn is tweedejaarsstudent Social Work in Den Bosch en schrijft voor Punt over politiek, het studentenleven, de coronacrisis en rechtvaardigheidskwesties.

    Meer artikelen over

             

    Deel dit artikel

    Reageer op dit artikel

    * Verplicht veld

    Reacties

    Er zijn nog geen reacties.