Terug naar overzicht

Ook universitaire eerstejaars hebben moeite met taal

Zestien procent van ruim 1100 eerstejaars scoorde ‘zeer onvoldoende’ op een taaltoets die het Taalcentrum-VU hen liet maken. Nog eens dertien procent kreeg een ‘onvoldoende’. En de lat is zeker niet te hoog gelegd, menen de onderzoekers.

De problemen beperken zich niet tot allochtonen. Van de studenten die ‘zeer onvoldoende’ scoren, spreekt 58 procent Nederlands als enige moedertaal en volgde 82 procent een Nederlandstalige middelbare school.

 

Studenten hadden over het algemeen een redelijke woordenschat (hoewel nog altijd een kwart daarop zakte). Verder was het bar en boos. Voor grammatica kreeg 41 procent een onvoldoende, 36 procent kon niet goed genoeg spellen en formuleren was te moeilijk voor 58 procent van de studenten.

 

De eerstejaars kregen bijvoorbeeld de meerkeuzevraag ‘een meisje die/dat/wat’. Maar liefst 43 procent van de studenten dacht dat ‘het meisje die’ het juiste antwoord was. Tweederde denkt dat ‘niet ontkennen noch bevestigen’ correct is geformuleerd.

 

De toets werd afgenomen bij alle eerstejaars van de faculteiten rechten, exacte wetenschappen en letteren. De letterenstudenten scoorden het best. De rechtenstudenten deden het slechter dan de anderen.

 De VU is geschrokken van de uitkomsten en gaat extra onderwijs geven aan studenten die niet aan de taalnormen voldoen. [BB/HOP]

Meer lezen?