Terug naar overzicht

Geen puisterige studentjes, maar een criminele markt

Een exacte definitie geven van cybercrime valt niet mee. Het is een verzamelnaam voor strafbare activiteiten waar computers of het internet voor gebruikt wordt. Voorbeelden zijn het hacken van overheidscomputers, het versturen van virussen, kinderporno, het kopiëren van pinpasgegevens en het opzetten van zogenaamde hatesites.

‘De algemene ontwikkeling nu is niet om schade aan te brengen, maar om geld te verdienen’, stelt Nienke van den Berg, werkzaam bij A51 een adviesbureau voor informatiebeveiliging. ‘Het is geen onderneming voor puisterige studentjes meer, maar gewoon een grote criminele markt.’

Het grootste probleem blijkt de aanpak van deze vorm van misdaad te zijn. ‘Het wordt simpelweg niet aangepakt. De pakkans in Nederland is nu erg laag, zo’n 5 procent.’ Dat is niet omdat de overheid er geen moeite voor doet, maar ‘mensen werken onzichtbaar achter internetnamen of kunnen zich met behulp van technologie onzichtbaar maken.’

‘Daarnaast is het probleem dat cybercrime per definitie grensoverschrijdend is. Als een Zweedse jongen een in Nederlandse gevestigde databank van een Duits bedrijf hackt, zijn er drie overheden die er iets over te zeggen hebben.’ Zodoende is het erg lastig aan te pakken. Maar het kat-en-muis-spel houdt hier niet op. ‘Mocht het toch tot een veroordeling in een rechtzaak komen, dan vestigen illegalen bedrijven zich gewoon in een ander land. En begint het weer van voor af aan.’ [JM]

Meer lezen?