Terug naar overzicht

Blanda

Ik ben doodop na dertig uur reizen, weinig slaap, veel hangen en wachten. Mijn hele lichaam roept om rust en regelmatig, mijn darmen nog wel het meest. Waarom doe ik dit? Waarom laat ik mezelf in lange rijen staan, in vliegtuigen proppen, in taxi’s oplichten, in te warme, te koude, te luidruchtige hotelkamers stoppen, in allerijl een presentatie maken , omdat men mij wil verrassen door mij een gastcollege te laten verzorgen? Waarom sta ik hevig transpirerend, met gebrekkige middelen het onderwijssysteem in Nederland uit te leggen? Waarbij het maar de vraag is of mijn toehoorders het snappen.

Ik doe dit al vijftien jaar, wisselend intensief en ook wisselend enthousiast. Ik leg al vijftien jaar aan studenten, collega’s en bestuurders uit wat het nut is van mijn reizen en internationalisering. Blijkbaar is me dat niet goed gelukt. Ik kreeg, voordat ik vertrok, twee mailtjes die eindigden met ‘Fijne vakantie!’. Eén van een collega, één van een student.

Ze zit tegenover me, ze glundert, ze legt haar vork iets te fel neer. Ik herken nauwelijks de student die een paar maanden geleden cynisch tegen mij klaagde over de opleiding en de dingen die allemaal niet deugden. Ik vraag haar wat het verblijf in Indonesië haar nu eigenlijk heeft opgeleverd. Ik vermijd termen als leerrendement en meerwaarde.

“Ik probeer het gevoel van saamhorigheid mee naar huis te nemen, dat we meer er moeten zijn voor elkaar.  Verbondenheid voelen, meer doen voor elkaar. En ik weet nu ook hoe belangrijk familie voor elkaar is. Juist doordat ik hier zie wat familie voor elkaar kan betekenen, mis ik mijn familie nu. Ik wil er meer voor hen zijn. Ons leven is veel te individueel.“

Ik slik mijn nuancerende opmerkingen in en geniet van haar blik, die veranderde van fel in beschouwend.  Natuurlijk weet ik waarom ik die ongemakken allemaal doorsta en ik ga het niet meer uitleggen. Het is een fijne vakantie en ik gun iedereen zo’n blik van een student. Het verlicht zelfs darmklachten.

Ab Bobbink

Meer lezen?