Terug naar overzicht

Technologische snufjes voor turners

{mosimage}Begin dit studiejaar klopte het InnoSportLab, dat (meet)apparatuur ontwikkelt voor topsport, aan bij docent Thijs van Vliet. Of de studenten technologische snufjes konden ontwikkelen voor de nationale turners die trainen bij FlikFlak in Den Bosch. Van Vliet: ‘Bij het onderdeel sprong is de aanloop belangrijk. InnoSportLab wilde bijvoorbeeld graag weten wat de snelheid is van de turners.’

Lichtstraal

Vier tweedejaarsstudenten Elektrotechniek en Technische Informatica maakten daarop een snelheidsmeter bestaande uit twee kastjes aan weerszijden van de aanlooproute. Het ene kastje zendt twee lichtstralen uit, het tweede kastjes ontvangt ze. Van Vliet legt uit: ‘Als een turner tussen de kastjes doorrent, onderbreekt hij achtereenvolgens de eerste en de tweede lichtstraal. Aan de hand van het tijdsverschil tussen de onderbrekingen, kun je de snelheid berekenen.’

De studenten kwamen bovendien op de proppen met een soort stoplicht. Wanneer de snelheid goed is, gaat er een groene lamp branden. Rent de turner te hard of te zacht, dan ziet hij een blauwe of rode lamp. Hij kan daarop versnellen of vertragen. ‘Maar eerst moet nog worden vastgesteld welke snelheid goed is voor een perfecte sprong’, aldus Van Vliet. ‘Als er een duidelijk verband tussen bestaat, kan Nederland het eerste land worden dat hierop gaat trainen.’

Ringenspecialist

Andere studenten gingen aan de slag met het toestel voltige en probeerden het ritme te meten van de schaarbewegingen van een turner. Een derde groep verdiepte zich in de zwaaibewegingen van ringenspecialist Yuri van Gelder. Van Vliet: ‘Tijdens een looping zwaait hij vaak net scheef, omdat hij met de ene hand meer kracht gebruikt dan met de andere. De studenten zorgden er met sensoren voor dat er in dat geval een piepje klinkt.’

Inmiddels zijn derdejaarsstudenten al bezig met het verbeteren van het werk van hun voorgangers. Het gaat allemaal redelijk proefondervindelijk, tot genoegen van Van Vliet: ‘Normaal gesproken als  je bedrijven bij een opdracht betrekt, moet het resultaat vaak aan hoge eisen voldoen. Of ze komen met opdrachten die niet goed aansluiten bij de opleiding. Hier kunnen de studenten nog lekker experimenteren.’ [CT]

Meer lezen?