Column: Moedersstudentjes

    michael-doove-1920“Eén op drie studenten woont bij ouders”, lees ik op de site van Punt. Ik snap er geen snars van. Je hebt toch veel liever een knappe leeftijdsgenoot in de kamer naast je (of nog beter op jouw kamer) dan de schoonmaakster die zich ‘je moeder’ noemt?

    Iemand die Instagram wél kent, ook Pokémons verzamelt, weet waar je het over hebt als je je beklaagt over ‘SLB’ en niet vraagt waarom je op dinsdag om 10 uur nog in bed ligt (omdat je om half 11 pas les hebt, natuurlijk)?

    Ik zag verschillende minder goede argumenten voorbijkomen, zoals studenten die thuis blijven wonen omdat er geen geld is. Ik heb geleerd me niet in criminele activiteiten te mengen, en aangezien huisbazen criminele huisjesmelkers met louche bijverdiensten zijn, sta je volledig in je recht als je de huur niet betaalt. En een gratis tip voor deze arme student: pizza’s en magnetronmaaltijden zijn best te betalen met een beetje bijlenen en een paar uur werken.

    ‘Ik duw mijn dochter op haar achttiende subtiel naar de voordeur met plunjezak’

    Anderen vinden het ‘gewoon leuk’ thuis. Dat is het waarschijnlijk op je 25ste ook nog wel. En op je 30ste. Maar vraag je ouders even of zij het dan ook nog ‘gewoon leuk’ vinden als je thuis je sokken naast de wasmand gooit of de koelkast plundert na een nacht stappen of studeren. Nee, ik duw mijn dochter op haar achttiende subtiel naar de voordeur met plunjezak en bakje eten van haar moeder.

    ‘Met liefdesverdriet aankloppen bij je moeder is net zoals je docent vragen hoeveel partners hij heeft gehad’

    Nog zo’n argument: persoonlijke omstandigheden als ‘liefdesverdriet’. Ik kan me vergissen, maar is dat niet juist een reden om wél op kamers te gaan (bijbehorende huisfeesten om je verdriet weg te drinken incluis)? Met liefdesverdriet aankloppen bij je moeder is net zoals je docent vragen hoeveel partners hij heeft gehad (4, mocht je benieuwd zijn) of oma vertellen waar vanavond het feestje is. Voor die gesprekken heb je huisgenoten.

    Begrijp me niet verkeerd, ik had het prima thuis: gratis goed eten, geen schoonmaakrooster waar niemand zich aan houdt en dáárom geen muizen, geen ruzie met de huisbaas én geen maandelijkse huurrekening.

    Lang leve mijn moeder zei ik als voormalig moederskindje. Maar een moedersstudentje worden, nee bedankt. Ik dopte liever mijn eigen boontjes. Of kocht gewoon een kant-en-klaarzakje voor 89 cent, want gemak dient de student op kamers.

    Michael Doove is docent taal- en communicatieve vaardigheden aan de Juridische Hogeschool.

    MEER ARTIKELEN OVER

       

    DEEL DIT ARTIKEL

    REAGEER OP DIT ARTIKEL

    * Verplicht veld

    REACTIES

    • Wauw.. Ik heb hier geen woorden voor, wat bekrompen.

    • Dus het persoonlijke leven en de portemonnee van een ander is iets wat de schrijver van deze column zodanig in kan zien dat hij kan beoordelen dat iemand een ‘moederskindje’ is als betreffende student thuis woont? Sounds legit.

    • Er zijn natuurlijk ook studenten die hun ouders niet zien als schoonmaakrobots die perfect kunnen koken en waar je eigenlijk niets mee kunt bespreken. Er zijn ook studenten die thuis wonen, zelfstandig leven en gelukkig zijn met lieve ouders (en oma)

    TRENDING OP SOCIAL
    Volg voor het laatste nieuws @PuntAvans

    Volg Punt.