Column: Ik wil je terug

    Foto: © Beeldveld/Wilfried Scholtes

    Als kind zong ik op Koninginnedag uit volle borst mee met de aubade bij het gemeentehuis. M’n rood-wit-blauw versierde fiets parkeerde ik onder je terwijl je vrolijk wapperde. Ik liet mijn oranje ballon op en voelde me geborgen en verbonden met de kinderen om mij heen.

    Op 4 mei zag ik je ieder jaar halfstok hangen in de straat en maakte je diepe indruk op me. Ik voelde dat we allemaal aan iets heel belangrijks dachten. De dag erna was het feest en lachte jouw rood-wit-blauw me weer vrolijk toe.

    Toen ik mijn zwemdiploma haalde en ik later slaagde voor de middelbare school hingen we je uit. Je versierde kaasblokjes, bitterballen en stukjes haring. Met weemoed denk ik aan je terug.

    ‘Ik voelde dat we allemaal aan iets heel belangrijks dachten’

    Mijn vlag, m’n rood-wit-blauwe. Ik zie je vaak, steeds vaker zelfs, maar je bent mijn vlag niet meer. Je bent van me gestolen.

    Je staat sinds kort in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Symbool voor de eenheid van onze natie. Onze natie bestaat uit alle mensen die binnen de lijntjes op de landkaart wonen. Je kleuren zijn nog hetzelfde; alleen de lijntjes lijken geruisloos te verschuiven.

    Op Twitter misbruiken onverdraagzame lieden je door hun Twitter-naam met jouw schoonheid te verfraaien. Je overschaduwt op onsympathieke wijze menig profielfoto op Facebook. Je prijkt op bomberjacks en motorjassen van ongure figuren en gaat als trouwe kameraad mee naar demonstraties van Pegida.

    ‘Op Twitter misbruiken onverdraagzame lieden je’

    Jij staat nu nog steeds symbool voor eenheid, maar dan vooral voor de eenheid van boze, vooral witte mensen, die nu de lijntjes trekken tussen henzelf en Nederlanders met een migratieachtergrond. Deze culturele toe-eigening lijkt zich geruisloos te voltrekken en ondertussen bekruipt mij steeds vaker een unheimisch gevoel als ik jou, de door mij ooit zo geliefde driekleur, in het straatbeeld aantref.

    Ik wil je terug, mijn vlag. Nu voel ik me als een boeddhist die het beeld van Boeddha aantreft op de vloer van een vies rijtjeshuis of als een hindoe die rouwt om het verlies van zijn heilige swastika.

    Stefan van Teeffelen is docent bij de opleiding Social Work in Den Bosch

    MEER ARTIKELEN OVER

          

    DEEL DIT ARTIKEL

    REAGEER OP DIT ARTIKEL

    * Verplicht veld

    REACTIES

    Er zijn nog geen reacties.

    TRENDING OP SOCIAL
    Volg voor het laatste nieuws @PuntAvans

    Volg Punt.