Terug naar overzicht

Klimaatverandering, oorlog, hoge energieprijzen, maar: ‘Er is nog hoop’, zegt Dijkgraaf

Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Foto: RVD – Valerie Kuypers en Martijn Beekman

Jongeren hebben allerlei terechte zorgen, erkent minister Dijkgraaf. Maar ze zullen het beter krijgen dan de huidige generatie, stelde hij gisteren in een toespraak bij de opening van het academische jaar aan de Universiteit Maastricht.

“Het is niet niks allemaal, dat hier en nu”, zei Dijkgraaf in zijn toespraak. Hij somde geroutineerd de hedendaagse zorgen op, zoals de energieprijzen, de huizenmarkt, de oorlog in Oekraïne, klimaatverandering en sociale onrust.

Toch ziet hij de toekomst zonnig in. “Een ambtenaar op het ministerie vroeg mij in aanloop naar deze toespraak: ‘Robbert, rare vraag misschien, maar is er nog hoop? De wereld staat in brand. Gaan volgende generaties het nog wel beter krijgen dan de huidige?’”

Rechtvaardiger
Dijkgraaf denkt dat het allemaal weer goedkomt. “Ja, natuurlijk, zeg ik direct. Vergeet niet: als mensheid komen we van ver en zullen we ook ver komen. Over een grote tijdspanne gezien buigt het pad van de geschiedenis naar boven. Je hoeft alleen maar te kijken naar zoiets essentieels als hoeveel gezonder we zijn en ouder we worden dan een eeuw geleden. Hoe rechtvaardiger en inclusiever onze samenleving is.”

Het wordt dus langzaamaan steeds beter, stelde hij, ook al doet een crisis ons weleens terugvallen. De volgende generaties zullen ook weer de weg omhoog voortzetten.

Waaier
Over zijn politieke koers zei de minister weinig. Wel herhaalde hij zijn opvatting dat het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs geen ladder maar een waaier vormen en dat ze eigenlijk niet strikt gescheiden zouden moeten zijn. “Ik sta hier vandaag bij de opening van het academisch jaar, bij een prachtige universiteit, maar ik had deze boodschap net zo goed op een mbo-instelling of hogeschool kunnen uitspreken.”

Ook sprak hij in een gesprek op het podium over de internationalisering van het hoger onderwijs. Hij herhaalde dat hij een landelijke strategie voor de lange termijn wil. Volgens hem is het inmiddels traditie om bij de start van het nieuwe academische jaar alarmbellen te laten klinken vanwege de internationalisering, maar hij wil los daarvan over de koers nadenken, “want er zijn overduidelijk enorme voordelen voor de arbeidsmarkt en voor de kwaliteit van het onderwijs”. Europese samenwerking in het onderwijs vindt hij ook vanzelfsprekend.

Traditie
Vlak daarvoor had ook collegevoorzitter Rianne Letschert een lans gebroken voor internationalisering. Ze kon haast niet geloven dat ze dat moest doen, zei ze. Nog maar even geleden was internationalisering vanzelfsprekend en nu is het traditie geworden om bij de opening van het academische jaar op de gevaren te wijzen.

In Maastricht zijn Nederlandse studenten overigens in de minderheid en de universiteit kiest vol overtuiging een internationale koers met samenwerking binnen Europa. “Wij zijn de meest Europese universiteit van Nederland”, zei Letschert.

Meer lezen?