Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Liefde, vriendschap of een blauwtje: Lammerentour

Kaat Blokhuis staat op het podium met een microfoon in zijn hand. Zij draagt een bril en spijkeroverhemd.
Kaat Blokhuis. Foto via: Superformosa

Ik ben zeer te spreken over mijn opleiding aan de Koningstheateracademie, de opleiding tot cabaretier – lees: grapjas. Een van de vele leuke onderdelen waar ik nu wekelijks mee te maken heb is de lammerentour, die vanuit de opleiding opgezet is. Het idee van deze tour is dat de jonge lammetjes de weide ingaan en hun materiaal voor het afstuderen spelen en try-outen voor nieuw publiek. Ik ben bijvoorbeeld zo’n lammetje en daardoor speel ik ongeveer twee keer per week, meestal een avond, in bijvoorbeeld huiskamers, cultuurhuizen en kleine theatertjes. 

De lammetjes worden voor niks ingehuurd, maar gaan daarna wel met de pet rond. Het is aan het publiek om ons, op deze toch wel neoliberale, wijze te laten zien hoe leuk ze ons vonden. Sommigen geven 10 euro, sommigen 20 euro en sommigen geven helemaal niets. Daarnaast is er nog een regel: de lammetjes eten bij de mensen thuis die ze uitnodigen. Meestal kom ik dus om een uur of half 6 bij iemand thuis, waarna ik eerst met twee klasgenoten – mede lammetjes – bij de mensen thuis eet. Vaak worden we wel uitgenodigd door een stel en dan eten we met het stel en daarna komt het publiek. 

Ik vind het spelen voor het publiek heel nuttig en leerzaam, je komt er heel snel achter welke grappen wel, maar vooral welke niet vallen. Je kunt materiaal proberen en daarmee verdien je ook nog een zakcentje. Dat is geweldig, maar wat ik eigenlijk het leukste vind is het eten bij de mensen thuis. Ik neem jullie graag mee langs wat huiskamers waar ik langsging.

Er is een heel duidelijke schaal waar je elk stel, familie of huis op kan indelen. Deze schaal is hygiëne. Sommige mensen hebben alles netjes op orde, de boeken zijn op kleur gesorteerd (hoewel ik zelf vind dat je dat op alfabetische volgorde moet doen, maar goed, wie ben ik?) en de keuken is schoon en opgeruimd. 

Kaat Blokhuis is student Cabaret aan de KoningstheateracademieMaandelijks schrijft zij deze rubriek.

Ik speel ook bij mensen die op die schaal wat meer aan de andere kant liggen – om het zo maar eventjes te verwoorden. Zo heb ik gespeeld bij iemand die zich wat minder van hygiëne aantrok. Deze man valt helemaal uit te leggen aan de hand van drie dingen. Nummer 1: hij rookt. Heel erg veel. Hele zware shag. Heel veel. Ik kan niet genoeg benadrukken hoeveel hij wel niet rookt. Echt heel veel. Dat heeft verregaande gevolgen. Zo is zijn snor geel geworden. De kleding na het spelen rook, tot op mijn ondergoed, naar zijn rook. Ik heb een shirt van hem gekregen als bedankje voor het spelen. Die rook na het wassen nog steeds naar tabak.

Punt twee: hij maakt van alles een grapje. Het is niet te geloven, je kunt niet iets tegen hem zeggen en hij reageert met een grapje, maar hij heeft een heel zwaar Brabants accent, dus negen van de tien keer hoor of begrijp je de grap niet. Maar je zit wel samen te eten, dus je moet iets. Zo vroeg een lammetje: ‘Heb je altijd in Brabant gewoond?’, waarop hij zei: ‘Nee, ook Amsterdam. En Lagos. Want: Sportugal. Sportugal’. Tenminste, ik denk dat hij dit zei, maar ik wéét niet of hij dit zei, en ik weet niet als hij dit zei, wat daar dan grappig aan is. Hoe moet je hierop reageren?

Punt drie: het is zo’n lieve man. Wat een lieve man. Heel vriendelijk. Hij zei dat het wel goed zou komen met mijn afstudeervoorstelling. Het is echt een warme man. Hij vond het heel leuk dat wij er waren.

Gewoon niet heel hygiënisch, ach. Als dat het is. Hij heeft wel lekker gekookt. 

Hygiëne is het eerste dat opvalt. Als dat in orde is, krijg je het gevoel dat je bij ‘hele normale mensen bent’. Echter, tijdens of na het eten beginnen er dan toch soms dingetjes op te vallen. Soms lijken mensen ‘normale mensen’, wat dat dan ook mag betekenen, maar na een tijdje kom je erachter dat ieder huisje, hoe cliché dan ook, echt een kruisje heeft. Zo was ik bij mensen die ineens heel veel om tegeltjes blijken te geven. Zo speelde ik bij een man die ons vijftig euro gaf en daarna verdween. Ik heb zijn dochter gedag gezegd, maar hij was verdwenen. Ook speelde ik bij een man die moest huilen omdat we van tevoren zijn piano eventjes uit testten. Hij vond het ‘zo mooi dat wij er waren’. 

Ik dacht aan het begin van de lammerentour dat we bij heel veel normale mensen zouden komen zonder enige vorm van karakter. Ik weet niet waarom ik dat dacht, maar echt ieder huisje heeft een eigen universum, waar bijvoorbeeld tegels heel belangrijk zijn. 

Echt niet alle mensen zijn even warm, hoewel de meesten dat wel zijn, maar ik vind het bijzonder om al deze mensen te mogen ontmoeten, met als verbindende factor: cabaret. 

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?