Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Column: De regels en het spel

Rutger van Eijken met een baard en een zwart T-shirt met het logo van The North Face staat met zijn handen in zijn zakken voor een Avansgebouw met veel glas en een abstracte, lichtgroene betonnen sculptuur op de voorgrond.
Rutger van Eijken

Beste jij,

We schreven elkaar de afgelopen maanden een paar brieven en nu gaat het stoppen. Niet omdat een van ons er geen zin meer in heeft, maar omdat ik (de oude ik) wegga bij Avans. Vanaf half januari ga ik aan de slag bij de gemeente Eindhoven. Voor hier maakt dat niet veel uit. Ik zit de laatste tijd vaak na te denken over wat ik hier niet kwijt wil. Ik had voor de kerstvakantie al een brief ingeleverd bij de redactie, maar ik vond het te somber. Eigenlijk wil ik wat hoopvol eindigen, maar ik ben de hoop aan het verliezen. Het is veel te onrustig in de buitenwereld.

Rutger van Eijken was docent sociale studies bij de Academie voor Welzijn, Educatie en Gezondheid in Breda. Verder schrijft hij boeken, verbindt hij mensen en partijen aan elkaar en hoopt hij met dit alles de wereld een beetje mooier te maken. Maandelijks schreef hij een column voor Punt.

Dit maakt dat ik rare dingen doe. Zo verdiep ik me de laatste dagen in de opkomst van de nazi’s in Duitsland in jaren dertig van de vorige eeuw, het gedrag van Hitler en de houding van andere regeringsleiders en de media toen. Hoewel ik het allemaal al wist zie ik nu pas goed in hoe Hitler zonder problemen Oostenrijk kon innemen, hoe slap er gereageerd werd toen hij delen van Tsjechoslowakije claimde, hoe de internationale pers haar best deed het gedrag van Hitler geen agressie te noemen en hoe iedereen op eieren liep om dit ‘bevriende staatshoofd’ niet voor het hoofd te stoten.

Ik hoop dat dit zomaar een spontane willekeurige interesse is. Ik wil ook helemaal geen parallellen trekken met nu. Je hoort mij niet over slappe reacties op de aanval van Trump op Venezuela of het bedreigen van Groenland en Denemarken. Ik leg ook geen verbanden met de ‘anti-woke-geluiden’ waarbij de positie van vrouwen, homoseksuelen en migranten ter discussie wordt gesteld. En natuurlijk heeft de oplossing van ‘het Joodse vraagstuk’ uit de jaren dertig van de vorige eeuw niets te maken met de geluiden over omvolking, gelukszoekers, ‘onaangepasten’, deportatie, remigratie en ‘het strengste asielbeleid ooit’ die we in deze eeuw horen. Dat mensen nu ongeveer hetzelfde zeggen over moslims als toen over joden werd gezegd, nu met dezelfde vlaggen lopen en de dezelfde groeten brengen, is puur toeval. We moeten het niet groter maken dan het is en we moeten het al helemaal niet politiek maken. Toen was toen en nu is nu.

Toch dacht ik onlangs ook weer aan vroeger. Vroeger gaat immers nooit echt voorbij. Ik dacht aan toen ik een jaar of zes was en op een dag huilend thuiskwam van een judotraining. Ik riep dat ik daar vermoord werd en nooit meer wilde judoën. Mijn vader kan mijn snikkend “ze vermoorden me” nog altijd goed nadoen. Hij deed dat onlangs nog bij het kerstdiner. Ik begrijp dat best. Zo’n pathetisch mannetje van zes is ook best grappig. Wat er in die sportschool werkelijk gebeurde is dat ik daar tegen een jongen moest judoën die ook aan karate deed en die twee sporten op de mat door elkaar haalde. Terwijl ik me focuste op de revers van zijn jasje om hem naar de grond te kunnen werken, deelde hij rake trappen en klappen uit. Dat vond ik niet eerlijk en het deed pijn. Hij schakelde me uit met trappen in mijn buik en stoten op mijn keel en deed daar heel stoer en triomfantelijk over, maar hij hield zich niet aan de regels. Dat gevoel van onrecht deed me meer verdriet dan de fysieke pijn.

Misschien had ik toen ik zes was al een te groot rechtvaardigheidsgevoel of wellicht heb ik het sindsdien ontwikkeld. Ik kan er nog altijd niet tegen als mensen gemeen spelen. Ik begrijp best dat mensen willen winnen en de beste willen zijn, maar dat doe je niet door hands te maken, af te kijken, belasting te ontduiken, anderen te onderdrukken of op een andere manier medespelers te benadelen. Wie dat allemaal wel doet is immers niet werkelijk de beste, maar iemand die zichzelf en anderen voor de gek houdt. Je kunt zo tienen halen zonder kennis te hebben en trofeeën boven je hoofd tillen waar je eigenlijk geen recht op hebt.

Het is allemaal niet eerlijk. Al weet ik inmiddels best dat dit mijn morele kompas is en dat er veel mensen zijn die schijt hebben aan regels en puur voor de winst en de knikkers gaan. Ik blijf daar moeite mee hebben. Zonder regels kunnen we geen spel spelen en zonder wetten en afspraken kunnen we geen samenleving opbouwen. Misschien heb ik daarom zo’n moeite met mensen als Trump en Netanyahu. Ze geven niets om mensenrechten, oorlogsrecht, verdragen, akkoorden, resoluties, wetten, artikelen of gerechtelijke uitspraken. Als het ze niet uitkomt komen ze afspraken niet na of trekken ze zich helemaal terug. Zulke mensen zijn onbetrouwbaar en nergens op aan te spreken. En als ze ook nog rijk en machtig zijn, zijn ze ook op andere manieren niet of nauwelijks bij te sturen. Dat geeft een machteloos gevoel.

Dat toont mogelijk aan dat ik macht wil hebben. Maar waarover dan? Over Trump en Netanyahu? En wat wil ik dan? Dat Palestijnen evenveel rechten hebben als Israëliërs? Dat de mensen in Venezuela meer van de olie in hun land moeten profiteren dan Amerikanen? Dat Trump en Netanyahu ook de autonomie en soevereiniteit van anderen moeten erkennen en niet alleen met hun eigen wil tot macht, rijkdom en voorspoed bezig moeten zijn? Of wil ik dat ze niet gaan handballen waar we voetbal hebben afgesproken? Wil ik ze dwingen zich te houden aan regels die niet in hun belang zijn? En in wiens belang zijn mijn regels dan? In het algemeen belang? Bestaat dat wel? Of wie bepaalt dat algemeen belang dan?

Ik heb lang gedacht dat bij de Verenigde Naties alle belangen samenkwamen en dat daar het algemeen belang geformuleerd en beschermd werd. Vanuit de VN kwamen mensenrechten, ideeën om cultureel erfgoed te beschermen en samen voor de aarde en de natuur te zorgen. Er waren programma’s voor goede gezondheidszorg, goed onderwijs, eerlijkere verdeling van welvaart, een gedeelde aanpak om vluchtelingen op te vangen, kinderen te ondersteunen, vrouwen evenveel rechten te geven als mannen en ga zo maar door. Ik dacht altijd dat de Verenigde Naties samenwerkten aan een betere wereld voor iedereen.

Ook dat blijkt niet waar te zijn. Trump wil zich niet meer aan de afspraken binnen de programma’s van de VN houden en heeft Amerika onlangs uit tientallen VN-organisaties teruggetrokken. Het algemeen belang is blijkbaar niet in het belang van Amerika.

Ik vind het diep triest. Met Amerika valt niet meer te judoën of te voetballen, want ze omarmen de spelregels niet. Ze zullen karate gaan doen, gaan handballen of je simpelweg van de mat of het veld schieten en zo de overwinning claimen. Bij Monopoly zullen alle straten al gekocht en volgebouwd zijn voor het spel goed en wel begonnen is.

Daar is geen eer meer aan te behalen. Ik vraag me af of dit consequenties heeft. Mag Amerika bijvoorbeeld nog wel de bank zijn? Of een scheidsrechter? Kan het land straks nog een veto uitspreken of zetten andere deelnemers Amerika nu buitenspel? Hoe gaat het verder? Wie komt er straks huilend thuis? De judoka of degene die met wetteloosheid de mat probeerde leeg te vegen?

Ik zit met zoveel vragen en inmiddels weet ik dat ik ze nooit allemaal kan beantwoorden. Niet per se omdat de vragen te ingewikkeld zijn, maar omdat er veel partijen nodig zijn om de antwoorden te vinden. En als we die partijen al vinden, komt de wereld nooit af. We worden nooit eeuwig gelukkig en zullen nooit eeuwig in vrede leven. De hemel op aarde is eerder een streven dan een te halen doel. We doen het er maar mee. Dat zeg ik niet als een oude cynische man, maar als iemand die gelooft in het kleine geluk. Iedere dag valt er wel iets te lachen en als we ons best doen kunnen we iedere dag wel iemand blij maken. Dat is heel wat. Zeker nu in de grote boze buitenwereld steeds meer het licht lijkt uit te gaan. Hou je taai en maak het goed, voor jezelf en voor de ander.

We zullen elkaar vast weer tegenkomen.

Hartelijke groet,

Mij.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?