Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Column: Brainstormbubbel

Foto: Ilse Wolf

Wat leeft er onder studenten? Over die vraag gingen we brainstormen met een paar studenten en collega’s van het AOC. Prestatiedruk, AI, mentale fitheid en social media waren woorden die naar boven kwamen. Woorden waarvan ik dacht: jaha, dat weten we nu toch wel?

Hoe langer de brainstorm duurde, hoe meer ik me ingroef: ik háát AI en ik snap die stomme Insta- en Tiktophypes niet die door een ondoorzichtig algoritme viral gaan. Ik heb niks met fit challenges waarbij je 70 dagen lang om 5 uur ’s ochtends op moet staan om ‘aan jezelf te werken’.

Toen er vol lof werd gepraat over een man die 100 kilometer ging hardlopen om aandacht te vragen voor mentale gezondheid en uiteindelijk kilometers lang met een gebroken voet liep en toch finishte, dacht ik: is dat dan gezond? Dit draagt toch juist bij aan de prestatiedruk en het idee dat je alles zou kunnen en moeten bereiken zolang je er maar je best voor doet.  

Kortom, we zaten niet op dezelfde lijn.

Ik wilde niet overkomen als een oud zeikwijf en hield mijn mond. Ik nam niemand meer serieus, alleen mezelf natuurlijk, ondertussen denkend: dit klopt niet, dat zit anders én WAAR IS IN GODSNAAM HET KLIMAAT, MAAKT NIEMAND ZICH DAAR DAN NOG DRUK OM?

Op de fiets naar huis bedacht ik: dit is dus wat er gebeurt als je je ingraaft in je eigen gelijk, jezelf omhult met negativiteit. Dan zie je de ander niet meer, hoor je alleen nog jezelf. Dat was ook wat een van de studenten zei. Een van zijn vrienden is links, hij rechts. Over heel veel onderwerpen praten ze niet meer; ze houden het nu bij bier en voetbal – nou, daar heb ik dus helemaal niets mee.

Al trappend vroeg ik me af hoe ik, zonder bier en voetbal, toch de ander kan vinden. Om open te blijven staan voor andere meningen dan die van mezelf. Om ‘verbinding’ te maken, buiten mijn ‘bubbel’ te treden om zo ‘impact’ te maken – modewoorden die het vroegere modewoord ‘duurzaamheid’ vervangen lijken te hebben.  

Tsja, als ik daar toch eens antwoord op had dan was er denk ik wereldvrede.

Dan lag niemand in de loopgraaf van zijn eigen gelijk, maar zwaaiden we de witte vlag en luisterden we misschien nog eens naar elkaar. Dan legden we onszelf en elkaar wat minder druk op, zodat die ‘hypernerveuze samenleving’ (met stip een nieuw modewoord) een halt toe wordt geroepen. 

Een ding weet ik zeker: het antwoord op de vraag ‘Hoe kan ik de ander vinden?’ vind ik sowieso niet in mijn eentje.

Misschien toch nog even brainstormen. Wellicht dan toch wat studenten met een andere mening hiervoor uitnodigen. Ik neem mijn witte vlag mee.

Inge Duine is Avansmedewerker en oud-docent

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?