Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Liefde, vriendschap of een blauwtje: een keer wat anders

Benjamin Blokhuis staat op het podium met een microfoon in zijn hand. Hij draagt een bril en spijkeroverhemd.
Benjamin Blokhuis. Foto via: Superformosa

Student Benjamin Blokhuis is op zoek naar gezellige ontmoetingen met medestudenten binnen de hogeschool. Hij gaat hiervoor de Avanssteden af en schrijft over zijn date-avonturen in de rubriek Liefde, vriendschap of een blauwtje. In deze aflevering: een inspirerende docent.

Normaal schrijf ik over studenten die ik ontmoet, maar de afgelopen periode stond in het teken van afstuderen. Ik zie dus niet heel veel nieuwe mensen, maar ik spreek wel heel veel mensen na een tijdje weer opnieuw. Zo ook Erik Vlasbom, mijn voormalig docent, die ik een klein jaar niet had gezien.

Ik heb geen les meer van Erik, maar toen we de voorstelling van vorig jaar weer oppakten en we ineens weer samenwerkten, realiseerde ik me wat een bijzondere man dit eigenlijk is. Daar wil ik over vertellen.

Ik moet even wat uitleggen. Vorig jaar maakten wij met de klas samen met Erik, in eerste instantie, als schoolopdracht de Hommage aan de Lelijkheid. Een liedprogramma en een ode aan alles wat lelijk is. We hebben met de klas, bestaande uit tien leerlingen, liedjes verzameld. Sommige liedjes waren solo, andere waren groepsnummers en ik had ook het geluk dat ik onderdeel mocht zijn van het barbershopkoor. Wij zongen met z’n zessen Wat ben je mooi van Lieve Bertha. Ik kan je vertellen: mocht je ooit de kans krijgen om onderdeel te worden van een barbershopkoor, pak de kans met twee handen aan. Het is zo gezellig om met een klein groepje a capella te zingen. Soms zitten we met dit groepje in de kantine. Iemand zet het lied in en voor we het weten geven we aan iedereen die aan het lunchen is een klein concertje. Los van het barbershop-liedje, vond ik het vorig jaar leuk om deze ode met iedereen te maken. 

Het is nog drie maanden tot de dag dat ik afstudeer met mijn afstudeervoorstelling als cabaretier. De stress begint langzamerhand te komen. Ik voel de druk van het afstuderen zelf, maar ook van de tussentijdse opdrachten. Ik voel een spanning om de beste afstudeervoorstelling van mijn leven te maken. Ik moet ‘goede’ liedjes hebben en mooie scènes. Soms verdwijnt dan de lichtheid binnen het schrijven en juist daarom is het fantastisch dat we met onze klas weer de hommage konden oppakken.

Benjamin Blokhuis is student Cabaret aan de KoningstheateracademieOp dit moment volgt hij een minor in Nijmegen. Vanuit daar schrijft hij maandelijks deze rubriek.

Wat begon als een schoolopdracht, werd iets groters. De groep kreeg het voor elkaar om de hommage aan meerdere theaters te verkopen. Zo stonden we in het Gele Huis in Breda, we stonden in het Scagon Theater in Schagen en in de kleine zaal van het Theater aan de Parade in Den Bosch. We waren bijna door de speellijst heen, maar we hadden nog één voorstelling op het programma staan. Een jaar na de laatste keer gespeeld te hebben, speelden we hem afgelopen week voor de laatste keer in het Rosa Spier Huis. 

Deze voorstelling heeft de klas niet georganiseerd, maar onze docent en pianist Erik Vlasblom. Hij heeft wat contacten en zelf met andere voorstellingen gespeeld. Zo konden wij ook op het programma komen.

Erik is in de eerste plaats een zeer getalenteerde muzikant. Ik werkte met hem vorig jaar aan Guus van Kiki Schippers. Hij kende het lied wel, maar had geen akkoorden of bladmuziek. Hij zei: “Zet het lied maar even a capella in, dan kijk ik even in welke toonsoort jij zit.” Na een paar maten zingen, drukte hij even wat toetsen in en twee tellen later speelde hij de akkoorden mee. Hij verzint op zijn gehoor eventjes wat een geschikte begeleiding zou zijn, zonder enige voorkennis van de akkoorden of toonsoort. Ik, als muzikant, vind dat buitengewoon. Ik hoop dat het ook voor de niet-muzikanten ook zo klinkt, want geloof me: het is ongelooflijk.

Hij heeft tijdens de voorstelling een monitor die het geluid van de zang bij hem versterkt. Zo kan hij tijdens het spelen precies horen hoe en wat wij zingen. Hij zet niet de partij in op basis van 1-2-3-4, maar hij luistert heel precies naar wat wij doen. Hij luistert bijvoorbeeld naar een inademing en daarna zet hij in. Hij volgt je extreem nauwkeurig, wat ons als zangers heel veel vrijheid geeft om te zingen hoe we willen. 

Vorig jaar begon hij een liedje opnieuw, omdat hij vond dat hij te slordig speelde. Ik heb om me heen gevraagd aan mensen die erbij waren en niemand hoorde ook maar een enkele fout.

Erik is zo getalenteerd, dat dat op zich al bijzonder is om mee te werken. Maar het is vooral iemand met wie het gewoon fijn is om samen te werken omdat hij zo vriendelijk is. Hij klaagt niet, hij kent altijd alle partijen en hij is eerlijk als hij iets niet goed vindt. Na afloop van de voorstellingen stuurt hij ook altijd een bericht dat hij het zo fijn vond om weer samen te spelen. Toen we weer samenkwamen zei hij: “Ik vind het zo leuk dat we dit weer gaan doen!”

Ik probeer echt niet te slijmen, maar het is gewoon tof om met iemand te werken die zo enthousiast en professioneel is. Het is echt een ongelooflijk fijne afwisseling van de afstudeerstress. De hommage is afgelopen week ook zo goed ontvangen dat het Rosa Spier Huis de Koningstheateracademie volgend jaar terug wil zien, maar dan met de Hommage aan de Twijfel met het huidige jaar drie. Onder leiding van Erik Vlasblom zal dat, net als bij ons, vast een groot feestje worden.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?