Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Opinie: De prijs van flexibilisering in het hbo

Foto: Beeldmakers DMCS

Bert Mutsaers is fysiotherapeut en al 25 jaar als docent verbonden aan de opleiding Fysiotherapie in Breda. Hij schetst in dit opiniestuk een perspectief op en deelt zijn zorg over koerskeuzen in het hbo.

Bert Mutsaers

Het hbo is een bijzonder samengesteld bedrijf. Een hogeschool is één organisatie met financiële belangen, gebouwen, systemen en strategische doelen. Maar daarbinnen zitten opleidingen die elk een eigen beroepslogica kennen. En binnen die opleidingen werken docenten die eigenlijk twee beroepen tegelijk uitoefenen: ze zijn beroepsrepresentant én docent.

Dat is geen eenvoudige combinatie. Als beroepsrepresentant moet je laten zien wat het vak vandaag betekent. Als docent moet je studenten voorbereiden op een toekomst die nog niemand kent. En alsof dat al niet genoeg de opmaak heeft van een gordiaanse knoop, wil het hbo tegelijkertijd ook verduurzamen, flexibiliseren, individualiseren, digitaliseren, inclusiever worden én financieel gezond blijven. Kan dat allemaal wel lukken?

Overstijgende kwaliteiten
Zo is de voorspelbaarheid van de toekomst progressief onbetrouwbaar door de snelheid waarmee de wereld verandert. Ter voorbereiding op die onzekerheid, zet het hbo in op het aanreiken van meer overstijgende kwaliteiten als ‘veerkracht’ en ‘adaptiviteit’. Een verdedigbare strategie. Historisch maakt het zo een beweging van ‘dingen leren’, via ‘leren leren’, naar ‘leren veren’.

Ook willen we meer dan een inzetbare startende beroepsbeoefenaar afleveren. Onze afgestudeerden moeten breed geëngageerde professionals zijn, milieubewuste wereldburgers en maatschappelijk verantwoord willen en kunnen handelen. Dat is een nobel streven, maar er ontstaat zo wel een probleem.

Iedere nieuwe ambitie kost ruimte. Wie ruimte maakt voor flexibilisering, keuzevrijheid, brede vorming en nieuwe competenties, moet ergens anders ruimte vandaan halen. Als die ruimte moet komen uit een curriculum dat behoorlijk vol zit, dan is dat niet zonder gevolgen voor de beroepsinhoudelijke kern.

Misschien moeten we daarom eens een ongemakkelijke vraag stellen: wat gebeurt er met een beroepsopleiding als we haar steeds verder losmaken van het beroep?

Armer onderwijs
De student dreigt steeds minder te worden gezien als beginnend lid van een beroepsgemeenschap en steeds meer als iemand met recht op een individueel onderwijsarrangement, een soepel proces en een voorspelbare uitkomst. Studentenrechten zijn belangrijk. Maar onderwijs wordt armer wanneer dat soort procedurele aanspraken belangrijker worden dan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor leren, oefenen, falen en groeien in een vak.

Ook de docent verandert noodzakelijkerwijs mee. De vakinhoudelijke professional dreigt soms te worden gereduceerd tot onderwijstransfermiddel: iemand die een vooraf ontworpen leerproces uitvoert. Terwijl juist de docent die het beroep van binnenuit kent, studenten kan laten zien wat professioneel handelen in de context van een beroep betekent. Niet alleen de kennis, maar ook de taal, de normen, de ambiguïteit, de trots en het vakmanschap. De docent als beroepsrepresentant is zo bovenal een voorbeeld. Zonder heldere (voor)beelden is er geen begrijpbare ordening. Dan vertroebelen we de mogelijkheid tot ambiëren, imiteren en positioneren. Studenten leren dan misschien uitstekend hoe ze moeten leren (of veren), maar steeds minder duidelijk waartoe.

Van alles een beetje
Daar begint professioneel amorfisme. Dat betekent niet dat iemand niets kan. Integendeel. De professioneel amorfe afgestudeerde kan waarschijnlijk van alles een beetje. Hij is flexibel, adaptief, breed inzetbaar en gewend om zijn eigen leerroute vorm te geven. Maar waartoe behoort hij of zij eigenlijk? Een beroep is meer dan een verzameling competenties of leeruitkomsten. Het is een gedeelde taal, een manier van kijken, een verzameling normen en waarden, een professionele geschiedenis en een gemeenschap waartoe je je wilt verhouden. Het is ook iets waar je trots op kunt zijn en waarin je beter wilt worden. Als die herkenbare vorm steeds verder vervaagt, wordt het moeilijker om je ergens aan te verbinden.

Flexibilisering is zeker niet per definitie verkeerd. Individualisering evenmin. Ze kunnen studenten helpen om onderwijs beter te combineren met werk, zorg of een afwijkende leerroute. Maar voorbij een bepaald optimum gaan ze werken als solvent: ze lossen precies datgene op wat een beroepsopleiding sterk maakt. Het herkenbare vak. De gedeelde taal. De gezamenlijke ervaringen. De professionele identiteit.

Beroepsbinding
En dit is niet alleen een onderwijsprobleem. In sectoren waar grote tekorten aan professionals bestaan, is het onverstandig om te doen alsof beroepsbinding vanzelf ontstaat. Studenten moeten zich niet alleen verbonden voelen met een opleiding of een diploma, maar met het beroep dat daarachter ligt. Anders kan de opleiding wel succesvol studenten afleveren, maar houdt het beroep zelf minder professionals over en bloedt het leeg.

Het hbo hoeft dus niet terug naar vroeger. Een vast curriculum en een klassikale route voor iedereen zijn geen garantie voor goed onderwijs. Vernieuwing is noodzakelijk. De wereld verandert, beroepen veranderen en studenten veranderen mee. Maar misschien moeten we bij iedere vernieuwing één simpele vraag blijven stellen: wat mag hier niet verloren gaan en wie heeft daar het meest complete zicht op?

In het ideologische streven om de wereld van morgen te co-creëren (de student vormen) en met de neoliberale kijk op survival van eigen organisatie (de klant volgen), loopt het hbo het risico de beroepen waaraan zij haar bestaansrecht heeft te danken, in de waagschaal te leggen. Misschien is de opmars van het pragmatische beroepsgerichte mbo wel de kanarie in de kolenmijn die een mogelijk gevolg nu al toont. Zonder heldere identiteit of vorm pas je in theorie overal bij, maar in de praktijk vrijwel nergens. Dat klinkt niet als een aanlokkelijke, kansrijke of duurzame propositie. Hoe denken jullie over de ‘b’ in het hbo?

Reageren? Dat kan via het formulier hieronder of door een mail te sturen naar punt@avans.nl

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?