Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Moet het hoger onderwijs werknemers gaan bijspijkeren? Alleen in sommige sectoren, adviseert CPB

tudent schrijft in een notitieboek terwijl een laptop op tafel staat.

Het hoger onderwijs wil graag werk maken van een ‘leven lang ontwikkelen’, oftewel het bijscholen van de beroepsbevolking. Maar het Centraal Planbureau plaatst daar kanttekeningen bij.

Zeker nu het aantal studenten in Nederland terugloopt, willen de hogescholen graag een nieuwe doelgroep aanboren: volwassenen die zich laten omscholen of bijscholen. Ook universiteiten willen dat. De overheid zou geld moeten vrijmaken voor dit zogenoemde ‘leven lang ontwikkelen’ (LLO). 

Moet de overheid zich daar inderdaad mee bemoeien, vroeg de minister van Onderwijs aan het Centraal Planbureau. Het antwoord is slechts een voorzichtig ‘ja’, staat in het donderdag gepubliceerde CPB-rapport ‘Perspectief op Leven Lang Ontwikkelen’. 

Onderwijs voor transities
De behoefte aan bijscholing is reëel, stelt het CPB. De arbeidsmarkt verandert snel en de vergrijzing neemt toe. LLO “vergroot de wendbaarheid” van werknemers en draagt bij aan een “veerkrachtige” beroepsbevolking.

Vooral volwassenen zonder startkwalificatie (dus zonder havo-, vwo- of mbo-2-diploma) hebben baat bij extra scholing. Voor hen zou de overheid LLO dus moeten stimuleren, schrijft het CPB. Het planbureau zegt het er niet bij, maar hier lijkt dus vooral een taak voor het mbo te liggen.

Het adviesbureau kent het hoger onderwijs een beperktere rol toe, omdat hoogopgeleiden al redelijk veel aan bij- en omscholing doen – veel meer dan in de rest van Europa. En de meeste werkgevers lukt het prima om bijscholing te regelen voor hun personeel. 

Ook als binnen een bepaalde sector een tekort aan personeel is, kan die sector dat waarschijnlijk zelf beter oplossen dan de overheid. Laat dat dus lekker aan de markt over, adviseert het planbureau.

Het CPB maakt een uitzondering voor de “grotere maatschappelijke transities”. Als voorbeeld noemt het de energietransitie of de opkomst van kunstmatige intelligentie. Vooral aan het begin van zo’n transitie kunnen bedrijven moeilijk mensen vinden en durven ze nog niet volop te investeren in opleidingen. Hier kan de overheid de handschoen oppakken en LLO stimuleren. 

Flexibel onderwijs
Hoe ziet dat er dan uit? Hier is het CPB voorzichtig. Het zou sowieso “nuttig kunnen zijn” als erkende opleidingen eenvoudiger in deeltijd of in stukjes gevolgd kunnen worden. Dat maakt het makkelijker om opleiding en werk te combineren. 

Ook de regels rondom studiefinanciering “kunnen nog eens tegen het licht gehouden worden”. Het planbureau verwijst naar de leeftijdsgrens van dertig jaar voor het aanvragen van stufi. Misschien moet die leeftijd omhoog?

Het CPB noemt wel de wens van universiteiten en (vooral) hogescholen om een grotere rol te spelen in LLO. Nu is dat nog geen taak van het hoger onderwijs en dus krijgen ze er ook geen geld voor. Als de overheid daar verandering in brengt kunnen ze nieuwe studenten en cursisten werven, is de hoop.

Het CPB kan dat wel volgen, maar waarschuwt dat het ‘normale’ onderwijs van hogescholen en universiteiten er niet onder moet lijden. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met particuliere onderwijsaanbieders, die nu al veel bijscholing aanbieden.

Ondanks de voorzichtige conclusie van het CPB voelt de Vereniging Hogescholen zich gesterkt, laat voorzitter Maurice Limmen desgevraagd weten: “Het CPB-rapport onderstreept dat om- en bijscholing onmisbaar zijn voor het verdienvermogen van Nederland en voor het slagen van de grote maatschappelijke transities. Het hbo staat klaar om in dit urgente vraagstuk een grotere rol te spelen.”

Stabiel beleid gevraagd
Het CPB waarschuwt voor overhaaste beleidswijzigingen. In het verleden heeft de overheid geld over de balk gegooid met allerlei snel ingevoerde en snel weer afgeschafte regelingen. 

Het rapport verwijst bijvoorbeeld naar het veel bekritiseerde STAP-budget, waar mensen de gekste cursussen mee gingen volgen. De regeling werd na kritiek binnen twee jaar weer afgeschaft. Zo moet het dus niet, concludeert het planbureau.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?