Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Advies aan kunsthogescholen: let minder op artistiek talent bij selectie

Minister Rianne Letschert (OCW) bezoekt KABK voor de overhandiging van de verkenning kunstonderwijs en een rondleiding. Foto Lina Selg

Hbo-kunstopleidingen moeten hun selectie van studenten aanpassen, staat in een advies. Ze hebben nu te weinig oog voor studenten uit “minder zichtbare of minder bevoorrechte contexten”.

De kunsthogescholen willen in de spiegel kijken. De wereld verandert nogal snel. Hoe moeten ze hun studenten daarop voorbereiden? Ze vroegen advies aan een commissie onder leiding van voormalige PvdA-minister Jet Bussemaker.

Bussemaker staat vooral bekend als de minister van Onderwijs die de basisbeurs afschafte, maar als minister van Cultuur in diezelfde periode maakte ze zich hard voor het inkomen van kunstenaars.

Voor dit nieuwe advies ging ze aan de slag met een groep directeuren en toezichthouders uit de cultuursector plus één recent afgestudeerde kunstenaar. Een van hun conclusies: er is een andere kijk op talent en excellentie nodig.

Zeer selectief
De kunstopleidingen beslaan ongeveer vijf procent van het hbo. Het gaat onder meer om kunstacademies, conservatoria, toneelscholen, architectuuropleidingen, designopleidingen, de filmacademie en diverse docentopleidingen. Het zijn zeer selectieve opleidingen met soms een groot aantal buitenlandse studenten.

Maar de selectie moet eigenlijk op de schop, vindt de commissie. De opleidingen zouden niet alleen naar artistieke kwaliteit en talent moeten kijken, maar ook naar “motivatie, omgevingsbewustzijn, samenwerkingsvermogen en leerpotentieel”. Dat zou bijdragen aan diversiteit, inclusie en ‘eerlijke talentontwikkeling’.

De commissie richt zich vooral op de maatschappelijke waarde van de kunsten. “Zij voeden de verbeelding, die juist in tijden van onzekerheid hard nodig is. Ze brengen mensen met elkaar in contact in een samenleving waarin isolement toeneemt en we ons steeds vaker in onze eigen bubbel terugtrekken.”

Tegelijk kampt de kunst wereldwijd met bezuinigingen en in diverse landen willen populisten de artistieke vrijheid inperken. Daar moeten de opleidingen en hun studenten zich toe verhouden, meent de commissie.

De adviesschrijvers hebben er een afkorting voor bedacht: ACT. Dat staat voor assertief, collectief en transformatief. Dat laatste gaat om de rol van kunst in maatschappelijke verandering.

Samenwerking
De commissie ziet daarbij vooral kunstenaars voor zich die zelfbewust naar buiten treden. De opleidingen zouden hun studenten moeten leren samenwerken met partners van buiten de kunst. “Denk aan bedrijven, onderzoeksinstellingen, burgerinitiatieven, overheden zoals gemeenten en provincies en maatschappelijke organisaties zoals zorginstellingen en woningcorporaties.”

Daar horen dus ook studenten bij die hier gevoel voor hebben. Het kunstonderwijs kan “meer ruimte bieden aan studenten om uit te blinken in kwaliteiten die belangrijk zijn voor samenwerking en collectieve beroepspraktijken.”

Verbinding
Zal dit advies goed ontvangen worden? Dat is zeker niet vanzelfsprekend. Kunstenaars zijn vaak eigenzinnige types die helemaal geen zin hebben om zich voor het karretje van de maatschappij te laten spannen. Als het zelfs in de kunst al niet meer om artistiek talent gaat, waar dan nog wel?

Aan de andere kant weten de opleidingen ook dat hun afgestudeerden vaker werkloos zijn en veel minder verdienen dan de afgestudeerden van andere hbo-sectoren. In het vorige advies (uit 2010) speelde dat thema ook.

De Vereniging Hogescholen vat het in een persbericht zo samen: “Verbinding met andere disciplines, sectoren en regionale ecosystemen is essentieel. Ondernemersvaardigheden en technologie horen in de opleiding thuis.”

Minister
De opleidingen gaan hun eigen plan maken met dit advies in hun achterhoofd. Ze hoeven zich er dus niets van aan te trekken, als ze dat niet willen. Het rapport is vandaag aan minister Rianne Letschert overhandigd.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?