Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Cobex: examencommissie had studenten erop moeten wijzen dat ze niet verplicht waren te verklaren

Een illustratie van een hand die een houten voorzittershamer vasthoudt en neerslaat. Op de hamer staat een gele band met daarop de rode letter 'a' van het Avans-logo
Illustratie: Daan van Bommel

Een student die met groepsgenoten werd beschuldigd van plagiaat, heeft met succes beroep aangetekend bij het College van Beroep voor de Examens (Cobex). In een gesprek met de examencommissie over het vermeende plagiaat werden de studenten namelijk niet gewezen op het feit dat ze niet verplicht waren verklaringen af te leggen. En dat had wel gemoeten, vindt Cobex.

Eerst de casus. Door bepaald taalgebruik in de opdracht van de studenten, vermoedt de docent dat er op een onrechtmatige manier gebruik is gemaakt van AI. Om dat te checken, heeft hij een tool gebruikt. Studenten mogen dat gebruiken, als ze later aangeven op welke manier dat is gebeurd. Dat is hier volgens de docent niet het geval.

Zijn vermoeden van plagiaat deelt de docent met de examencommissie. Die voert vervolgens individuele gesprekken met de groepsleden. Die geven in die gesprekken aan AI te hebben gebruikt.

Uit de gesprekken concludeert de examencommissie dat er plagiaat is gepleegd. Daaraan kleven consequenties. Zo krijgen de studenten een aantekening in Osiris, is cum laude afstuderen niet meer mogelijk en wacht bij een volgend vergrijp een zwaardere sanctie.

Niet verplicht te antwoorden
Een student uit de groep gaat in beroep bij Cobex. Dat doet ze omdat ze het niet eens is met de beschuldiging van plagiaat. Ze zegt wel AI te hebben gebruikt, maar niet op een onrechtmatige manier. Het is voor haar niet duidelijk wat ze precies verkeerd heeft gedaan. Bovendien vindt ze de consequenties zwaar.

Niet gewezen op recht niet te verklaren
Tijdens de Cobex-zitting geeft de examencommissie aan dat ze tot de conclusie plagiaat zijn gekomen op basis van de verklaringen van de studenten. Verder onderzoek naar het plagiaat achtte de commissie na die verklaringen niet zinvol omdat het niet aantoonbaar was. Dat blijkt uit het vonnis van Cobex, in handen van Punt.

Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat de examencommissie de studenten vóór het gesprek niet wees op het feit dat ze geen verklaringen hoefden af te leggen. De examencommissie doet dat niet omdat ze in de veronderstelling is dat dit niet noodzakelijk is bij dit soort zaken, was de uitleg.

Geen verplichting
De Raad van State, de hoogste bestuursrechter op het gebied van hoger onderwijs, bepaalde in 2024 dat studenten actief gewezen moesten worden op hun recht niet te verklaren wanneer ze verdacht worden van fraudezaken zoals plagiaat. Dat besluit werd destijds gedeeld met alle examencommissies van Avans. In 2025 veranderde die koers echter weer.

De Raad van State vond dat fraudezaken zoals plagiaat in het hoger onderwijs niet langer beschouwd moeten worden als een strafproces, maar dat sancties eerder “pedagogisch en disciplinair” van aard moeten zijn. Dat de examencommissie de studenten in deze zaak niet op hun recht om niet te verklaren wees, was dus volgens de meest recente rechtspraak.

In tegen de lijn van Raad van State
Toch vindt Cobex dat de examencommissie de studenten wel op hun rechten had moeten wijzen. Dat heeft verschillende redenen. Zo hoorden de studenten voor aanvang van hun gesprek met de examencommissie niet dat ze verdacht werden van plagiaat, wat de onderbouwing daarvoor was én wat de consequenties van plagiaat waren. Dat gebeurde pas tijdens het gesprek. Cobex is van mening dat de studenten zich niet goed hadden kunnen voorbereiden op het gesprek en dat ze de gevolgen van hun verklaringen niet konden overzien. Ook merkt Cobex op dat sprake is van een bestraffende sanctie en dus niet disciplinair en pedagogisch.

Dat het vermeende plagiaat enkel is gebaseerd op de verklaringen van de studenten – de uitslag van de AI-tool van de docent werd niet meegenomen – speelt voor Cobex ook een rol. De examencommissie geeft tijdens de zitting zelf toe dat als de studenten niets zouden hebben verklaard, er onvoldoende grondslag bestond voor het vaststellen van plagiaat.

Cobex zegt dat verklaringen in sommige gevallen gebruikt mogen worden als (steun)bewijs. Maar dan moet er wel een goed opgebouwd dossier liggen. In zaken over fraude en plagiaat worden voor examencommissies hoge eigen gesteld betreft zorgvuldigheid, motivering en feitelijke onderbouwing. Daaraan ontbreekt het volgens Cobex in deze zaak. Hoe het plagiaat heeft plaatsgevonden, is voor hen ook niet duidelijk.

Besluit onvoldoende zorgvuldig
Daarom concludeert Cobex dat het besluit van de examencommissie om over te gaan tot de beoordeling ‘plagiaat’ onvoldoende zorgvuldig is genomen en in strijd is met het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het beroep van de student acht Cobex gegrond: de beslissing wordt vernietigd. Er is in Osiris geen notitie van plagiaat meer te zien van de student die in beroep ging bij Cobex. De student kan ook weer cum afstuderen. Alle studenten hebben het project inmiddels via een herkansing overigens alsnog gehaald.

‘Unieke uitspraak
Casper van Vliet, de advocaat die de student bijstond in het beroep, noemt de uitspraak in gesprek met Punt “uniek”. “Vooral omdat Cobex expliciet uitgaat van een bestraffende sanctie, terwijl de Raad van State dat uitgangspunt heeft verlaten”, zegt hij.

Dat Cobex ingaat tegen de lijn van de Raad van State, gebeurt volgens hem niet zomaar. “De koers van de Raad van State is leidend”, vertelt Van Vliet. De uitspraak gaat hij meenemen bij andere zaken, omdat het volgens hem interessante jurisprudentie is.

‘Overvallen
Voor de examencommissie is de uitspraak van Cobex een bittere pil. De voorzitter had zich voorbereid op een zaak die vooral over het AI-gebruik zou gaan, maar daar werd volgens haar weinig aandacht aan besteed. Het ging vooral over het niet wijzen op het recht niet te hoeven verklaren. “Daar werden we door overvallen en dat is vervelend. Het was voor ons snel duidelijk dat we geen gelijk zouden krijgen”, vertelt ze achteraf. Ze begrijpt niet dat er geen sprake zou zijn van goede dossieropbouw en vindt dat het gesprek met de studenten op een open manier is gevoerd. “We zaten daar niet met een verhoorstrategie.”

De uitspraak heeft gevolgen voor de manier waarop toekomstige zaken worden aangepakt bij de academie. Zo worden alle studenten weer gewezen op hun rechten bij fraudezaken, ondanks dat het officieel niet meer hoeft. “En dat gaan we ook delen met andere examencommissies”, zegt de voorzitter.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?