Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Nog altijd 20 duizend studentenwoningen te weinig

Rommelige studentenkamer met een wit bureau onder een hoogslaper, een lichtblauwe klapstoel ervoor, papieren, kabels en kleine voorwerpen op het bureau, kleding die aan de zijkant hangt en zonlicht dat door het raam naar binnen valt.
Foto: sakana via Unsplash

Er zijn duizenden nieuwe studentenwoningen gebouwd en toch is het kamertekort amper afgenomen. Twintigduizend studenten zoeken vergeefs naar woonruimte, blijkt uit nieuwe cijfers.

Sinds 2022 hebben studentenhuisvesters bijna vijfduizend nieuwe studentenwoningen per jaar gebouwd, schrijft Kences, het kenniscentrum voor studentenhuisvesting. Toch is de woningnood onder studenten nauwelijks afgenomen.

Er zijn landelijk 20.200 woonruimten te weinig voor studenten die uit huis willen, staat in de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting die woensdagavond is gepubliceerd. Het tekort is sinds vorig jaar met slechts 1.300 afgenomen.

Tekort niet erger
Maar dat is tegelijkertijd het goede nieuws: de woningnood onder studenten is tenminste niet erger geworden. Kences verwachtte vorig jaar een flinke toename van het tekort, omdat veel particuliere eigenaren hun studentenwoningen gingen verkopen. Nieuwe belastingregels maakten de woningen minder winstgevend.

Er zijn inderdaad veel woningen verkocht: sinds 2024 zijn er 32 duizend studenten minder die woonruimte huren bij een particulier (van huisjesmelker tot hospita). Maar tot een explosieve stijging van de woningnood leidt dat dus niet.

Er zijn namelijk ook minder Nederlandse studenten en er komen bovendien minder studenten uit het buitenland hierheen. En steeds minder Nederlandse studenten wonen op zichzelf. In acht jaar tijd is het aandeel gedaald van 50 naar 43 procent.

Schatting
Het tekort is een schatting: het gaat om het aantal studenten dat op kamers wil terwijl er geen woonruimte voor hen is. Maar hoeveel studenten willen er uit huis? Dat is nog niet zo makkelijk te bepalen.

“Het aanbod schept ook de vraag”, zegt Kences-directeur Reijnder Jan Spits. “We zien bij nieuwbouwprojecten dat studenten die de hoop hadden opgegeven tóch weer actief gaan zoeken.” Met andere woorden, als er nieuwe studentenwoningen verrijzen, gaan sommige afgehaakte woningzoekers denken dat ze weer een kans maken en dan tellen ze weer mee in het tekort.

Zo zijn er meer factoren die invloed kunnen hebben op de vraag. De basisbeurs is weer ingevoerd en de huurtoeslag voor jongeren is verruimd, dus studenten hebben misschien meer geld te besteden: dat kan invloed hebben op de vraag, zegt Spits.

Aan de andere kant is het leven toch al duur en misschien, speculeert Spits, maken eerstejaarsstudenten zich tegenwoordig meer zorgen om het bindend studieadvies en wachten ze even voor ze uit huis gaan.

Ruimte
Blijven bouwen is hoe dan ook belangrijk, meent hij. Misschien kunnen de studentenhuisvesters meer gelegenheid krijgen om op de campus te bouwen, zodat ze niet concurreren met andere ‘ruimteclaims’, overweegt hij.

Dan moeten de studentenhuisvesters wel genoeg financiële middelen hebben om te bouwen, zegt hij. Kences pleit daarom voor het afschaffen van de winstbelasting voor deze corporaties. Het scheelt zo 15 à 20 duizend woningen, is zijn inschatting.

Maar als de business case van nieuwbouw positief is, dan kunnen de corporaties toch wel financiering vinden? Volgens Spits ligt dat nog niet zo eenvoudig. Je kunt niet zomaar lenen, zegt hij. “Daar vinden de toezichthouders iets van.”

Per stad
De woningnood is niet overal even erg, maar in veel steden valt het niet mee. Kences: “De druk op de studentenwoningmarkt is het hoogst in Amsterdam, Delft, Eindhoven, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, ‘s-Hertogenbosch, Utrecht en Zwolle.” De minste problemen zijn er in Tilburg, Wageningen, Arnhem, Leeuwarden en Ede.

Studenten zoeken steeds langer naar een woning: uitwonende hbo- en wo-studenten deden er gemiddeld vijf maanden over. Dit is exclusief de studenten die nooit woonruimte vinden. In collegejaar 2017/’18 was de zoektijd 3,5 maanden.

Toch is het gebrek aan woningen voor maar 19 procent van de studenten de reden om nog thuis te wonen. 44 procent noemt de betaalbaarheid van de woningen als reden om nog thuis te wonen. Slechts 21 procent heeft gewoon geen behoefte om uit huis te gaan en 11 procent zegt: mijn ouders wonen in de buurt van mijn opleiding.

Voor een kamer met gedeelde voorzieningen betalen studenten gemiddeld 540 euro per maand, stelt Kences op grond van een enquête die door 42 duizend studenten van 41 hogescholen en universiteiten is ingevuld. Meerkamerwoningen zijn gemiddeld 855 euro, maar dan betaalt er vaak iemand anders mee. Gemiddeld kost woonruimte 590 euro per maand, op een besteedbaar studentenbudget van 1.340 euro.

Duurder
Sommige steden zijn duurder dan andere, blijkt uit diezelfde enquête. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam zou de prijs voor een kamer met gedeelde voorzieningen rond de 650 euro per maand liggen. Meerkamerwoningen komen gemiddeld rond de 950 euro uit.

Kamernet, het grootste platform voor particuliere kamers, schat de gemiddelde kamerhuur in Amsterdam driehonderd euro hoger in, maar maakt geen onderscheid tussen één kamer en een appartement. Landelijk zou de gemiddelde huurprijs volgens Kamernet 691 euro zijn.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?