Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Blijf nabij als het moeilijk wordt: kunstwerk bij Avans over laatste levensfase, verlies en rouw

Wit beeld van twee mensen die dicht tegenover elkaar zitten en elkaars gezicht aanraken. Naast het beeld staat een bordje met de tekst ‘Blijf nabij’.
Foto van het kunstwerk bij Avans. Foto gemaakt door Larissa Gomes Meyer

Naast het pad richting de ingang van Avans aan de Hogeschoollaan in Breda staan nog even twee grote hoofden, dicht tegen elkaar aan. Het kunstwerk Blijf Nabij vroeg de afgelopen weken aandacht voor de zorg voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en voor verlies.

“Nabijheid is in een periode van ernstige ziekte en verlies extra belangrijk”, zegt Liesbeth Geuze. Ze is projectleider van Blijf Nabij en senior onderzoeker bij het lectoraat Zorg rond het Levenseinde. “Verlies en rouw zijn inherent aan het leven. Toch is het soms best lastig om hierover te praten met elkaar of te weten hoe je er op een goede, passende manier kunt zijn voor een ander.” Geuze vindt het daarom van belang om ruimte voor verlies, rouw en palliatieve zorg vanzelfsprekender te maken. “Het is waardevol om ruimte te creëren voor deze thema’s. Door erover te praten kun je er vaak aan bijdragen dat iemand zich minder eenzaam voelt in het verdriet.”

In opdracht van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II maakte kunstenaar Sazza het kunstwerk Blijf Nabij. Van 24 augustus tot en met 20 september staat het rondreizende kunstwerk bij Avans aan de Hogeschoollaan in Breda. Het is daarmee de eerste keer dat het bij een kennisinstelling staat. Het werk vraagt aandacht voor palliatieve zorg en het belang van aandacht en betrokkenheid voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn of om andere redenen te maken krijgen met verlies en afscheid. Lector Anne Goossensen nam het initiatief om het kunstwerk naar de hogeschool te halen, maar overleed vlak voor de komst.

Keuzemodule bij Verpleegkunde
Kennis van zorg in de laatste levensfase is belangrijk in de opleiding Verpleegkunde. Tweedejaarsstudenten kunnen de keuzemodule Palliatieve zorg volgen. Docent Loes van der Velden is een van de coördinatoren. “Sommige studenten zien sterven als iets engs, we willen ze laten zien dat palliatieve zorg juist mooi is”, vertelt Van der Velden. “Door mensen in hun laatste levensfase keuzes te geven, kun je ze beter bijstaan. Palliatief betekent niet: niks meer doen.”

In de keuzemodule krijgen studenten casussen voorgelegd waarin verschillende ziektebeelden en symptomen binnen de palliatieve fase aan bod komen. Ze oefenen het proactief voeren van gesprekken met een simulant. Doel is dat studenten vaardigheden ontwikkelen zoals luisteren, empathie tonen en omgaan met moeilijke gesprekken over ziekte, verlies en het levenseinde.

De Verpleegkundedocent legt uit dat je mensen in hun laatste levensfase op verschillende manieren kunt bijstaan. “Niet alleen met medicijnen, maar ook met niet-medicamenteuze interventies, praktische zaken. Bijvoorbeeld een ander matras of het geven van informatie.” Tijdens de module nemen studenten een kijkje in het werkveld. Ze gaan op bezoek bij een hospice, een uitvaartcentrum en de wensambulance komt langs. “De module kan confronterend zijn voor studenten, maar het is goed dat ze die kennis hebben.”

Betrekken
Voor studenten die het spannend vinden om er te zijn voor anderen die met verlies te maken krijgen, tipt ze om te proberen die spanning opzij te zetten. “Ben je ervan bewust dat het mooi is om er wél naar te vragen, ook al kan dat moeilijk zijn.” Uit goede bedoelingen iemand ontzien, moet je volgens de senior onderzoeker juist niet doen. “Betrek iemand bij het gewone leven en vraag wat diegene fijn vindt en nodig heeft, bijvoorbeeld als je samen aan een groepsproject werkt.”

“Het is fijn als je daarin rekening houdt met de ander”, zegt ook student Health by Design Iris van Vliet. Ze verloor haar vader aan longkanker toen ze 17 was. “Als iemand die te maken heeft met verlies grenzen aangeeft, bijvoorbeeld als er tijdens een project iets niet lukt, is het helpend als anderen flexibel zijn. En betrek diegene in dingen. Gaat het gesprek over vaders, vraag dan tóch hoe iemands vader dat altijd deed. Het is namelijk fijn als je dan ‘gewoon’ kunt meepraten en een antwoord kunt geven.”

Portret van student Iris van Vliet
Iris van Vliet

Herkenbaar
Iris herkent dat het moeilijk is om te praten over deze thema’s. “Zelf heb ik ook moeten leren om goed over het verlies van mijn vader te kunnen praten. Ik wist niet hoe ik erover moest beginnen. Nu wel, dan zeg ik: ‘ik voel me even niet zo goed, want het is bijna mijn vaders verjaardag’”, geeft Iris als voorbeeld. Ze merkt dat ze daar fijne reacties op krijgt. “Mensen reageren heel open en stellen vragen.”

Niet alleen Iris, maar ook leeftijdgenoten of mensen om haar heen vonden het in het begin soms lastig om erover te praten. “Leeftijdsgenoten stuurden vlak na het overlijden lieve kaartjes, maar wisten zich soms geen houding te geven of vonden het lastig om ernaar te vragen. Na een tijd vroegen ze wel hoe het met me ging. Ik denk dat hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker het is om te praten over dit soort onderwerpen. Verlies wordt een herkenbaar onderwerp omdat je er meer mee te maken krijgt, in kleine of grote mate.” Probeer open te praten over de dood, verlies of rouw, adviseert Iris. “Dat is echt belangrijk, al hoeft het niet meteen. Je kunt het ook even laten rusten.”

Papa en de Berg
Voor Iris begon aan de master Health by Design, studeerde ze Illustrated & Animated Storytelling bij St. Joost School of Art & Design. Als afstudeerwerk maakte ze het prentenboek Papa en de Berg voor kinderen die te maken krijgen met verlies van een ouder, opa of oma aan kanker. “Ik vond het soms confronterend omdat ik voor het boek niet alleen mijn eigen ervaring gebruikte, maar ook in gesprek ging met gezinnen die hetzelfde meemaakten.”

Toch is ze blij dat ze het boek heeft gemaakt. Naast dat het een eerbetoon is aan haar vader, hoopt ze anderen te kunnen helpen die dezelfde situatie doormaken. “Tijdens mijn afstudeerexpositie merkte ik dat het indruk maakte op bezoekers. Ze raakten geëmotioneerd en praatten over wat zij hadden meegemaakt. Er kwam een gesprek op gang. Daar zag ik dat kunst echt kan bijdragen aan meer praten over deze onderwerpen.”

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?