Skip naar inhoud
Terug naar overzicht

Avans-inbreng tijdens Dutch Design Week: ‘Bezoekers zijn heel geïnteresseerd’

Een jonge man met een matje en snor staat glimlachend in een expositieruimte en houdt een opvallende handtas omhoog die is gemaakt van de vacht en de kop van een das.
Marijn van Doesburg

Hoe communiceer je als je patiënt bent op de intensive care en niet kunt pratent? En wat doe je met bont van dieren die als ‘restafval’ eindigen? Op Dutch Design Week laten oud-studenten New Design van St. Joost School of Art & Design hun afstudeerwerk zien aan een groot publiek. En dat maakt soms heel wat los.

Eerder deze week brak een bezoeker in tranen uit toen ze het werk van Marijn van Doesburg zag. De tas gemaakt van bont van een das en een muts van bont van een muskusrat waren voor de veganistische en activistische vrouw moeilijk om te zien. “Maar daarna voerden we een mooi gesprek en begrepen we elkaar beter”, vertelt de oud-student New Design bij zijn hoek in het Klokgebouw in Eindhoven. Daar staat hij samen met zes andere oud-studenten van St. Joost School of Art & Design.

Bont van restafval
Voor zijn project Rest In Statement Piece verwerkte Marijn het bont van dieren zelfstandig tot een tas, muts, portemonnee en sjaal. Belangrijk daarbij is dat het om bont van dieren gaat die als ‘restafval’ worden beschouwd: dieren die een natuurlijke dood zijn gestorven, zijn aangereden of worden gevangen omdat ze overlast veroorzaken, zoals de muskusrat.

“Ik was benieuwd of mensen anders kijken naar bontproducten die op deze manier zijn gemaakt dan naar van dieren die gehouden worden puur om hun bont. Is dat eerste acceptabeler? Ik denk van wel”, vertelt hij.

De oud-Avansstudent doorliep het hele proces zelf. Zo vond hij een dode das via een Facebookgroep waarin dode dieren verkocht worden. “Iemand had een das langs de kant van de weg gevonden. Daar kon op geboden worden: voor dertig euro kon ik hem ophalen”, vertelt Marijn.

Hij nam het dier mee naar zijn huis, waar hij het op eigen houtje vilde. Hoe dat moest, wist hij niet. “Dus zat ik met een YouTube tutorial ernaast te pekelen en villen”, zegt hij. “Best spannend.” Samen met anderen verwerkte hij het bont van de dieren tot de producten die hij nu laat zien. Niet om later te verkopen, maar om het gesprek te openen over de bont-industrie.

Communicatiemiddel
Julie Lindenburg staat op de Dutch Design Week met NIIK. Dat is een interactief communicatiemiddel voor patiënten die op de intensive care liggen en niet goed meer kunnen praten met bijvoorbeeld familieleden die op bezoek komen. Ze ontwikkelde een systeem met verschillende kaarten met daarop pictogrammen. Die gaan bijvoorbeeld over thema’s als pijnlast, emoties, zorgen en medicatie. Aan de zijkanten zitten kleurrijke vlakken met ‘ja’, ‘nee’, ‘weet ik niet’ en ‘andere kaart’. Patiënten kunnen in de richting van de antwoorden knikken of kijken. “Zo kunnen ze toch communiceren met hun geliefden”, vertelt Julie.

Julie Lindenburg

De reden dat de oud-student dit product maakte, is dat een goede vriendin, Nikki, een tijd geleden op de intensive care belandde. Haar familie merkte dat Nikki een boodschap aan hun wilde overbrengen, maar dat niet goed kon. “Dat maakte de familie heel verdrietig”, vertelt ze. Er zijn wel hulpmiddelen in ziekenhuizen die kunnen bijdragen aan communicatie als spreken niet meer lukt, zoals letterkaarten. “Maar die zijn niet praktisch en heel onduidelijk. Het kon eigenlijk niet slechter en moest beter”, vertelt ze.

Vriendin eren
Haar systeem wordt binnenkort getest in het Amphia Ziekenhuis in Breda. “Nikki, die het niet heeft overleefd, wil ik hiermee eren”, zegt de oud-Avansstudent.

Dat ze op een evenement als de Dutch Design Week mag staan om haar werk te tonen, vindt ze heel mooi. “Mensen luisteren naar wat ik over mijn werk vertel, maar praten ook over hun eigen ervaringen. Ik hoor heel persoonlijke verhalen”, vertelt ze. Dat blijkt wanneer een man meeluistert met het gesprek dat Punt met Julie voert. “Mijn dochter heeft een vorm van autisme en kan moeilijk communiceren: dit zou haar heel goed helpen”, klinkt het.

Nederlands-Indië
Persoonlijk is ook project What Was Never Told van Senna Verhagen. Zij maakte een keramieken vaas met daarop het levensverhaal van haar oma. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zat ze vast in een kamp in Nederlands-Indië, waar de Japanners het op dat moment voor het zeggen hadden. Rond het eind van haar tienerjaren ging ze naar Nederland. “Maar ze sprak later nooit over wat ze daar meemaakte, met niemand”, vertelt de oud-student New Design. “Dat vond ik jammer, want ik was er wel benieuwd naar. Ik wilde graag weten wie ik ben en en het verleden is daar onderdeel van. Maar daar ging het nooit over, niet over de zware dingen in ieder geval.”

Senna Verhagen


Na haar oma’s overlijden bleef Senna met vragen zitten. Dat veranderde op het moment dat haar tante een groot document vond met daarin gedetailleerd beschreven hoe haar oma leefde in het kamp en wat ze er meemaakte. Dat moesten Nederlanders die naar Nederland wilden gaan, opschrijven van de overheid. “Ze werd er mensonterend behandeld”, vertelt Senna, die op het idee kwam het verhaal van haar oma te gebruiken voor haar afstudeeropdracht. “Omdat ik vind dat dat soort verhalen niet verloren mogen gaan.”

Vaas
Ze besloot een keramieken vaas te maken met daarop delen van het verhaal van haar oma. Er zijn foto’s op te zien van mensen die een rol vervulden in het kamp en haar verdere leven, maar ook citaten van wat ze meemaakte in het kamp. Dat het op een vaas staat, is niet zomaar. “Vazen speelden een belangrijke rol in Nederlands-Indië. In vazen werden belangrijke documenten bewaard, zoals paspoorten en andere waardevolle spullen. Daarbovenop werd rijst gedaan. De Japanners zochten daar niet in”, vertelt Senna.

Met haar project wil Senna bereiken dat mensen het gesprek over hun familiegeschiedenis voeren. Zeker als er heftige dingen zijn voorgevallen, is het volgens haar goed om met elkaar te praten. “Doorbreek het zwijgen, daar heb je als familie veel aan”, zegt ze. In gesprek gaan is ook wat er op Dutch Design Week gebeurt: “Bezoekers zijn heel geïnteresseerd in mijn verhaal en vertellen dan over zichzelf. Dat is mooi”, zegt de oud-student, die blij is dat ze haar werk mag laten zien in Eindhoven.

“Hier komen wel even wat meer bezoekers dan bij de afstudeershow van St. Joost”, zegt ze lachend. “Maar het is vooral heel leuk om te doen. En het is fijn om te horen dat mensen zich herkennen in het verhaal. De reacties zijn positief.”

Niet alleen werk van oud-studenten van St. Joost is te zien op de Dutch Design Week, ook werk van oud-studenten Communication and Multimedia Design. Benieuwd wat zij zoal hebben gemaakt? Houd dan onze Instagram in de gaten. Ook huidige studenten en medewerkers staan op het event, dat nog tot en met zondag duurt.

Punt. Of had jij nog wat?

Meer lezen?